Het Kortsnuit zeepaardje op de Nederlandse kust
|
Het
Kortsnuit zeepaardje Hippocampus hippocampus (Linnaeus,
1758) op de Nederlandse kust. Het kan geen enkele duiker ontgaan zijn dat er dit jaar opmerkelijk grote aantallen zeepaardjes in de Zeeuwse kustwateren worden aangetroffen. Zelfs grote landelijke dagbladen hebben aandacht geschonken aan diverse vangsten en waarnemingen van Zeepaardjes. Meerdere meldingen zijn al gepubliceerd op het forum van deze website en ook op diverse Belgische websites is gerapporteerd over Nederlandse zeepaardjes. Voor zover de waarnemingen met foto's worden ondersteund betreft het in alle gevallen het Kortsnuit zeepaardjes Hippocampus hippocampus. Zie voor meer informatie over deze soort de eerdere mededeling op de Spuisluis van 03-01-2002. De onderstaande foto's zijn het bewijs van enkele van deze waarnemingen. In Muus et al.; Zeevissen van Noord- en West-Europa (1999, Schuyt & Co.) wordt als noordelijke verspreidingsgrens van deze soort de grens van het Kanaal en de Atlantische oceaan opgegeven. Volgens de auteurs werd hij slechts zelden in de Zuidelijke Noordzee waargenomen. Het Klein zeepaardje Hippocampus ramulosus Leach 1814 zou echter in ons land zeldzaam en de laatste jaren (voor 1994) regelmatig in de Oosterschelde zijn aangetroffen. Tot op heden zijn er bij de Spuisluiswachter echter nog geen bevestigde waarnemingen van deze laatste soort binnen gekomen. Kan iemand bevestigen dat tot recent inderdaad Klein zeepaardjes in de Oosterschelde zijn waargenomen en deze soort dus frequenter werd aangetroffen dan het Kortsnuitzeepaardje? Het Klein zeepaardje kan net zo lang worden als het Kortsnuit zeepaardje (circa 15 cm) en beide soorten zijn variabel van kleur. Van licht geel-bruin tot donkerbruin. Het Klein zeepaardje is echter te onderscheiden door een relatief lange (meer dan ½ van koplengte) en rechte snuit en vele lange aanhangsels op kop en lichaam. Het Kortsnuit zeepaardje heeft een relatief korte (circa 1/3 van koplengte) en opgewipte snuit en geen of slechts enkele filamenten op kop en lichaam. De mannetjes zijn goed te onderscheiden van de vrouwtjes door de broedbuidel. Dit is een extra zak die alleen bij het mannetje achter (onder) de buik zit, waardoor deze extra lang lijkt en tot ver achter de rugvin reikt. Bij het vrouwtje zit de achterzijde van de buik ter hoogte van het midden van de rugvin. Al deze kenmerken zijn op de foto's goed te zien.
Er zitten nu zelfs zoveel zeepaardjes in Zeeland dat er al meerdere exemplaren, tot maximaal vier, per duik zijn gezien en ze lijken zich hier zelfs voort te planten. De broedbuidel van een recent waargenomen mannetje leek goed gevuld te zijn en bij de Bergse Diepsluis zijn enkele juveniele exemplaren van circa 3 cm lengte gezien. Het staat onomstotelijk vast dat er jaarlijks steeds meer zeepaardjes en met name Kortsnuit zeepaardjes op de Nederlandse kust worden aangetroffen. De toename is waarschijnlijk het gevolg van het uitblijven van extreem koude winters waardoor de verspreidingsgrens naar het noorden opschuift. En de veranderingen die de Zeeuwse kust nu nog ondergaat door de aanleg van de Deltawerken, maken het locale milieu mogelijk ook steeds geschikter voor deze soort. Bijna
alle meldingen komen uit de Oosterschelde maar er zijn ook twee nog niet
door foto's bevestigde waarnemingen bekend van het Grevelingenmeer. Om
een volledig beeld te krijgen van de waarnemingen en de toename daar van
wil ik iedereen oproepen om zijn waarnemingen van zeepaardjes van dit
jaar maar vooral ook van de voorgaande jaren per E-mail te melden aan
de spuisluiswachter. Klik hier
voor het E-mailadres van de Spuisluiswachter. |
|
Voor
vragen of opmerkingen over deze waarneming kunt u terecht bij de Spuisluiswachter
|



