Een Noorse meun in de Oosterschelde
|
Een
Noorse meun Ciliata septentrionalis (Collett, 1875) in de Oosterschelde
Meunen worden de laatste jaren steeds vaker door sportduikers in het Grevelingenmeer en de Oosterschelde aangetroffen. Vooral bij nachtduiken in het vroege najaar is de Vijfdradige Meun (zie foto 3 en 4) op bijna iedere duik te zien. Hij is te herkennen aan een vijftal baarddraden op de kop. Één baarddraad hangt aan de onderkin en vier draden, in twee paren, versieren de voorkant van de bovenzijde van de kop. Deze draden zijn gevuld met zintuigen die de Meun gebruikt om o.a. voedsel te vinden, dat bestaat uit wormen en kleine kreeftachtige diertjes. Alle Meunen zijn fraaie bijna palingachtige vissen, met een opmerkelijke rugvin. Deze is met uitzondering van de eerste vinstraal verkort en ligt verzonken in een unieke groef op de rug van de vis. De Vijfdradige meun is meestal geelblond van kleur en maximaal 25 cm. lang. Hij leeft in ondiep water en staat niet bij de mens op de menukaart. Op de West-Europese kust komen minstens nog zes andere soorten Meunen voor: de Driedradige-, Zuidelijke-, Ierse-, Zilver-, vierdradige-, en Noorse meun. Met uitzondering van de Vierdradige meun, hebben al deze andere soorten slechts drie draden op de kop: één aan de onderkin en twee op de bovenzijde van de voorkant van de kop. De Noorse-, Driedradige- en Vierdradige meun zijn zeldzame verschijningen op onze kust. De ander soorten komen niet in ons kustgebied voor. Joop Stralenburg heeft na circa 1500 duiken en nu in zijn eerste seizoen als onderwaterfotograaf, op 3 maart 2004 tijdens een nachtduik bij Zierikzee een zeer opmerkelijke waarneming gedaan. Hij trof er een Noorse meun aan en wist hem ook nog te fotograferen (zie foto 1 en 2). Hoogst waarschijnlijk is dit de eerste keer dat de Noorse Meun in Nederlandse wateren is gefotografeerd. Op de foto zijn duidelijk naast de drie draden een zestal wratachtige orgaantjes op de bovenlip te zien. Deze wratjes zijn een uniek kenmerk, waarmee de Noorse meun zich van de andere Meunen onderscheid. Tevens heeft deze Meun een opvallend grote kop die ongeveer eenderde van de totale lengte van de vis in beslag neemt. Hij eet kleine kreeftachtigen en wormen en leeft op 10-50 meter diepte. Het verspreidingsgebied van de Noorse meun is het zuiden van IJsland, van Noord-Noorwegen tot Noord-Frankrijk en rondom de Britse eilanden en Ierland. (Referentie: Muus et al. Zeevissen van Noord- en West-Europa (1999). Schuyt & Co.).
Foto 1: Noorse meun Ciliata septentrionalis, Oosterschelde © Joop Stalenburg
Foto 2: Detail opname van de kop van de Noorse meun Ciliata septentrionalis, Oosterschelde © Joop Stalenburg
Foto 3: Vijfdradige meun Ciliata mustela, Oosterschelde © Peter H. van Bragt
Foto 4: Detail opname van de kop van de Vijfdradige meun Ciliata mustela, Oosterschelde © Peter H. van Bragt
|
|
Voor
vragen of opmerkingen over deze waarneming kunt u terecht bij de Spuisluiswachter
|





