Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis 2003 Eubranchus farrani: weer een nieuwe zeenaaktslak op de Nederlandse kust
Navigation
Document Actions

Eubranchus farrani: weer een nieuwe zeenaaktslak op de Nederlandse kust

Eubranchus farrani (Alder & Hancock, 1844): weer een nieuwe zeenaaktslak op de Nederlandse kust
Geplaatst 26-01-2003. Waarneming: 26-01-2003 door Peter H. van Bragt. Foto's Ron Offermans en Peter H. van Bragt.

Van 24-26 januari 2003 is in Renesse het vierde Diehard weekend van de Stichting ANEMOON georganiseerd. 28 Waarnemers hebben in drie dagen bij een watertemperatuur van 3° C., gedurende vele monitoringsduiken, het winterse mariene milieu van Oosterschelde en Grevelingenmeer onderzocht. Zo werden o.a. bij de Zeelandbrug diverse duiken gemaakt en zijn o.a. een Snotolf, meerdere oprolkreeftjes Galathea squamifera, Vijfdradige meunen, een einest van een Slakdolf, tientallen Millennium wratslakken en grote vlokslakken gezien. Op meerdere plaatsen in het zuidwestelijke Grevelingenmeer zijn massaal Groene wierslakken Elysia virides waargenomen. Tot op heden hebben zij de winter dus goed doorstaan.

Wellicht de meest sensationele waarneming van dit weekend werd echter op zondagochtend 26 januari 2003 door Peter H. van Bragt met duikbuddy Hennie Duijst gedaan. De lokatie was de duikstek "Het Koepeltje" ten westen van Scharendijke in het Grevelingenmeer, op circa 6 meter diepte. Een klein zeenaaktslakje van circa 6 mm. werd daar op het hydroidpoliepje Obelia dichotoma (gedetermineerd door Godfried van moorsel, Ecosub) verzameld en na enig determineerwerk is duidelijk geworden dat het een exemplaar van de witte variant van Eubranchus farrani betrof. Dit is een zeenaaktslakje dat maximaal 20 mm. groot kan worden. Opvallende kenmerken zijn de witte ringvormig pigmentering rond de cerata (papillen op de rug) en de witte vlekjes op de rug. Het is een wat kleur betreft variabele soort. Een variant is wit doorschijnend met een geel/oranje pigmentering. De doorschijnend witte huid kan ook paars-zwart zijn of taankleurig oranje-goudkleurig. De vierde variant is doorschijnend wit met uitsluitend witte pigmentering en deze is dus in het grevelingenmeer aangetroffen. Eubranchus farrani is bekend van Noorwegen, rond de Britse eilanden tot aan de Middellandse zee. In Nederland werd Eubranchus farrani niet eerder waargenomen. Met deze waarneming is het aantal in Nederland aangetroffen zeenaaktslakken op 48 komen te staan.

De onderstaande foto's zijn gemaakt door Ron Offermans met behulp van een digitale videocamera die op een stereomicroscoop was gemonteerd.

Eubranchus farrani © Ron Offermans

Foto 1: Eubranchus farrani, uit Grevelingenmeer, in vitro opname © Ron Offermans

Eubranchus farrani © Ron Offermans

Foto 2: Detail opname van de kop van Eubranchus farrani, uit Grevelingenmeer, in vitro opname © Ron Offermans

Peter H. van Bragt heeft in 2002 deze soort ook al een keer in Wales aangetroffen en daar de onderstaande in vitro foto van gemaakt.

Eubranchus farrani © Peter H. van Bragt

Foto 4: Eubranchus farrani, uit Wales, in vitro opname © Peter H. van Bragt

Op de website van Bernard Picton is een zeer fraaie afbeelding van de oranje variant en een uitgebreide Engelstalige beschrijving van deze soort te vinden.

Aanvulling op deze mededeling (30-01-2003): De witte vlekjes op de cerata (papillen) zijn afwijkend van de beschrijving die Bernard Picton op zijn website en in zijn boek "A Field Guide to the Nudibranchs of the British Isles" geeft. Daarom heb ik Bernard Picton verzocht om met behulp van een beschrijving en de boven afgebeelde opnames de determinatie te beoordelen. Tevens heb ik hem gevraagd of hij E. farrani ook al in de wintermaanden heeft gevonden. Dit is zijn reactie:

Hi Peter, ...........I've looked through my pictures and I don't think I've seen white speckling like that on your Dutch specimen, but I think it is E. farrani. I find E. farrani on several Obelia species, at least O. dichotoma, O. longissima and O. geniculata and also on Aglaophenia pluma (which is a bit odd). I've found the dark coloured morph on Aglaophenia, and populations of large numbers of individuals of all the colour morphs mostly in midsummer on O. geniculata on kelp fronds. I just checked our database and get 106 records:
June - 20%; July - 23%; Aug - 26%; Sept - 4%; Dec - 2.8%; Jan - 2.8%; Mar - 4%; Apr - 6%; May - 8%
Considering that there are far more recording events for summer than winter you need to weight this, but it does seem to point to peak breeding in August, but possibly two broods or more per year, as I've seen big specimens in April too, in different more sheltered locations. Bernard

Voor vragen of opmerkingen over deze waarneming kunt u terecht bij de Spuisluiswachter