|
Het
verschil tussen de Gewone zeedonderpad Myoxocephalus scorpius (Linnaeus,
1758) en de Groene zeedonderpad Taurulus bubalis (Euphrasen, 1786)
Geplaatst: 18 januari 2003. Diverse auteurs
In augustus 2002 ontspon zich
op het "oude" discussieforum van de ANEMOON website een discussie
over het determineren en voorkomen van de Gewone- en Groene Zeedonderpad
in de Zeeuwse Delta. Deze discussie ging ongeveer als volgt:
Niels
Daan en Henk Heessen, Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek:
We
hebben met enige verbazing de verspreidingsgevens van de Gewone en de
Groene zeedonderpad in de Zeeuwse Delta bekeken. Het RIVO voert sinds
jaar en dag bestandsopnamen in de Ooster- en Westerschelde uit met een
boomkor. Daarbij is nog geen enkele Groene zeedonderpad tegengekomen.
Dat bewijst natuurlijk niets, omdat we niet vlak onder aan de dijk vissen
tenzij het diep en de bodem vlak genoeg is. We komen ze wel op volle zee
tegen, maar de vangsten zijn uiterst schaars.
De determinatie was tot voor kort uiterst moeizaam, omdat de stekellengte
zoals beschreven onder soortinformatie op de site beslist geen betrouwbaar
kenmerk is gebleken. De groene kleur evenmin. De getoonde foto van de
Groene zeedonderpad.is ook zeker niet overtuigend.
We hebben een ander en uitstekend kenmerk gevonden: het vlies dat de twee
kieuwdeksels verbindt aan de buikzijde ligt bij de Gewone zeedonderpad
los van de huid zodat je er een potlood onder kunt houden. Bij de Groene
zeedonderpad is het vlies zonder onderbreking verbonden met de buikwand.
Dit is natuurlijk geen goed kenmerk voor duikers, die het dier niet even
kunnen omdraaien. In dat geval kan een flapje dat achter aan de bovenkaak
van de Groene zeedonderpad uitwaaiert uitkomst bieden, maar het vergt
een behoorlijke vergroting om het goed te zien.
Tenslotte worden de mannetjes van de Groene zeedonderpad al bij een lengte
van 12cm geslachtsrijp en hebben dan een oranje buik met slechts een paar
witte vlekken. De mannetjes van de Gewone zeedonderpad worden pas bij
veel grotere lengte geslachtsrijp en vertonen een veel regelmatiger patroon
van witte cirkelvormige vlekken tegen een vooral rode achtergrond.
Voor belangstellenden hebben wij foto's van deze specifieke kenmerken
beschikbaar. Zie onder.
Vooralsnog bekijken wij de gegevens met enige scepsis en we houden ons
aanbevolen voor een overtuigende waarneming uit de Delta!
De
reactie van Adriaan Gmelig Meyling; Stichting ANEMOON
Om inzicht te krijgen
in de kwaliteit van de duikwaarnemingen met betrekking tot de Groene zeedonderpad
is het waarschijnlijk nodig om enkele door duikers gedetermineerde Groene
zeedonderpadden te vangen en dan deze determinatie door jullie te laten
controleren. Het lijkt me nuttig om aan een aantal zeer ervaren waarnemers,
met een verzamelvergunning, te vragen of ze hier aan willen mee werken.
Het is opvallend dat in meerdere foto-boeken met betrekking tot de Oosterschelde
de Groene zeedonderpad als vrij algemeen wordt bestempeld. Ook uit enkele
rapporten van het voormalige DIHO (Yerseke) en van Waardenburg BV gebaseerd
op duikwaarnemingen, blijkt dat de Groene zeedonderpad niet als zeldzaam
naar voren komt voor wat betreft de sublitorale zone met harde substraat.
Opvallend is ook dat Nijssen & de Groot, 1987 bij de Groene zeedonderpad
vermelden: "...vrij algemeen tot 30 meter diepte; ook in ondiepwater,
vooral bij pieren en dijken met name in de Zeeuwse wateren." Maar uit
meerdere rapporten van het DIHO (Yerseke) blijkt dat met korren de Groene
zeedonderpad inderdaad eveneens nauwelijks werd waargenomen, dit in tegenstelling
tot de Gewone zeedonderpad die wel veel wordt aangetroffen. Het is misschien
in dit verband ook interessant om eens kontakt te leggen met sportvissers.
Wellicht dat zij materiaal kunnen aanleveren.
Er vanuit gaande dat MOO-waarnemers goed determineren wordt de Groene
zeedonderpad bij 16%-22% van de duiken waargenomen en de Gewone zeedonderpad
bij 29% tot 36% van de duiken. Op grond daarvan mag men verwachten dat
sportvissers toch ook wel eens Groene zeedonderpadden vangen.
De reactie van Kris
Hostens, Mariene Biologie, Universiteit Gent
Ook aan
de Universiteit Gent (in samenwerking met het CEMO, Yerseke) wordt reeds
lang onderzoek verricht op vissen en macro-invertebraten van de Delta.
Zowel in onze kwartaalbemonsteringen van 1983-89 als van 1999-2001 werd
de Groene zeedonderpad sporadisch aangetroffen in de Oosterschelde (in
de laatste periode gemiddeld 1/1000m²). Dus de soort komt er zeker voor.
De stekel blijkt toch wel een goed determinatie kenmerk te zijn, naast
de gladheid boven en onder de zijlijn (ook al niet waar te nemen als duiker
waarschijnlijk), en natuurlijk het paaikleed.
De
reactie van Mat Vestjens, ANEMOON waarnemer
Ik ga er van uit dat je met 'het 'flapje achter aan de bovenkaak' het
draadje in de mondhoek bedoeld. Als het dat is, kan ik je zeggen dat dit
draadje voor duikers toch goed zichtbaar is. In het vroege voorjaar kun
je ook nog het verschil zien in de kleur van de eitjes.
Mijn eigen waarnemingen vertellen mij dat de Groene zeedonderpad in de
Oosterschelde algemener is dan in het Grevelingenmeer. Met de Gewone zeedonderpad
id dat omgekeerd. Ik zie de zeedonderpadden overigens meestal op niet
al te grote dieptes (tot 15 m), op plaatsen waar ze wat beschutting kunnen
vinden.
De foto's
van de beschreven determinatie kenmerken:
De onderstaande foto's geven
de determinatie kenmerken aan zoals die worden beschreven door Niels Daan
en Henk Heessen (RIVO).

Foto 1: Gewone
zeedonderpad Myoxocephalus
scorpius (Linnaeus, 1758)
© Niels Daan en Henk Heessen. Het
vlies dat de twee kieuwdeksels verbindt aan de buikzijde ligt bij de Gewone
zeedonderpad los van de huid zodat je er een potlood onder kunt houden.

Foto 2: Groene zeedonderpad
Taurulus
bubalis (Euphrasen, 1786)
© Niels Daan en Henk Heessen.
Bij de
Groene zeedonderpad is het vlies dat de twee kieuwdeksels verbindt aan
de buikzijdezonder onderbreking verbonden met de buikwand.

Foto 3: Groene zeedonderpad
Taurulus
bubalis (Euphrasen, 1786)
© Niels Daan en Henk Heessen.
Het flapje
dat achter aan de bovenkaak van de Groene zeedonderpad uitwaaiert kan
ook uitkomst bieden, bij het determineren van de Groene zeedonderpad.

Foto 4: Gewone zeedonderpad
Myoxocephalus
scorpius (Linnaeus, 1758)
© Peter H. van Bragt. Bij
de Gewone zeedonderpad is het flapje dat achter aan de bovenkaak van de
Groene zeedonderpad uitwaaiert afwezig.

Foto 4: :
Groene zeedonderpad Taurulus
bubalis (Euphrasen, 1786)
© Niels Daan en Henk Heessen.
Nogmaals
het flapje, achter aan de bovenkaak van de Groene zeedonderpad. Dit exemplaar
zit op een karakteristiek einest met vaal geel-groene eitjes. Deze zijn
in de wintermaanden in Oosterschelde en Grevelingenmeer regelmatig te
vinden.
Naschrift
van de Spuisluiswachter:
Het flapje of draadje achter aan de mondhoek van de Groene zeedonderpad
is met een beetje oefening door sportduikers goed waar te nemen en daardoor
een goed kenmerk om de beide soorten te onderscheiden. Er is daarom ook
geen twijfel meer dat de vele waarnemingen van de Groene zeedonderpad
in Oosterschelde en Grevelingenmeer correct zijn. Het is een soort die
aan de kant van deze kustwateren, in ondiepe gebieden met veel beschutting,
regelmatig tot algemeen wordt aangetroffen.
|