Celtodoryx girardae: de gele wratspons
De onderstaande mededeling over de massa spons, Suberites massa, is op 13 december 2007 gecorrigeerd. Ruim vijf jaar na deze melding is duidelijk geworden dat al deze waarnemingen Celtodoryx girardae betreffen. Voor meer informatie en een bevestigde tweede waarneming van de massa spons, verwijzen we naar de Spuisluis mededeling van 13 december 2007.
|
SuberDites
massa (Nardo, 1847): e grootste spons van de Nederlandse kust. Tijdens een duikweekend met de Rijnland III, heeft de auteur op zaterdag 22 juni 2002, op twee lokaties in de zuid-oostelijke Oosterschelde een groot sponzencomplex waargenomen. Het eerste complex werd aangetroffen bij Boomkil op 5 meter diepte en was ongeveer 0.5 m2 groot. Tijdens de avondduik op circa 600 meter ten zuiden van de duikstek "Vuilnisbelt" onder Tholen werd een nog veel groter sponzencomplex gevonden. In eerste instantie werd het complex op minstens 5 m2 geschat. Op zaterdag 06 juli 2002 heeft hij samen met Arjan Gittenberger nog eens op deze lokatie gedoken en is het complex wat nauwkeuriger gefotografeerd en opgemeten . Foto 1: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde © Peter H. van Bragt
Foto 2: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde © Peter H. van Bragt De vertikale dimensie van het complex strekt zich uit over een lengte van circa 9 meter op een diepte van 13.2 tot 16.5 meter. De horizontale dimensie is maximaal 4.5 meter. In totaal bedekt de spons een oppervlakte van naar schatting minstens 20-24 m2. De kleur is licht citroen-geel. De spicula, de inwendige kalknaalden, zijn van het tylostilen type: langwerpig met aan een kant een bolvormige knop en aan het andere uiteinde een punt. De spons vormt dikke kussens van kleine en grote, tot circa 20cm., min of meer bolvormige structuren. De oppervlakte is glad. Deels groeit de spons op een substraat van kalksteen en deels staat hij op of in het slib. Tussen, op en in het complex groeien oa. baksteenanemonen (Diadumene cincta), knotszakpijp (Styela clava), diverse mosdiertjes (Bryozoa) en kleine kokerwormpjes. Rob van Soest werd gevraagd of hij kon helpen met de determinatie. Volgens Rob is het een Suberites massa (Nardo, 1847). De spons is een zuidelijke soort die algemeen in de Middellandse zee voorkomt. Hij is bekend van de kust van Bretagne en Normandië en wordt ook op enkele plaatsen in zuid- Ierland en zuid-Engeland gevonden. In de Oosterschelde is hij tot nu slecht op een andere lokatie aangetroffen. Mario de Kluijver (1998) en Arjan Gittenberger (2001) hebben beide de spons ten oosten van de Noordelijke pijler van de Zeelandbrug gevonden. Nooit eerder is echter zo'n groot complex aangetroffen. Weer
een waarneming van Suberites massa in de Oosterschelde:
Foto 3: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde, 24-12-2002 © Peter H. van Bragt
Foto 4: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde , 24-12-2002 © Peter H. van Bragt |
|
Voor
vragen of opmerkingen over deze waarneming(en) kunt u terecht bij de Spuisluiswachter
|





