Trapgevel en Wenteltrap op het strand bij Hoek van Holland
|
Trapgevel
Oenopota turricula en Wenteltrap Epitonium clathrus
op het strand bij Hoek van Holland Tijdens een strandwandeling op 27 novemnber 2002 bij Hoek van Holland vond Erik Elshout een opmerkelijk slakkenhuisje. Ik eerste instantie dacht hij dat het een bruingekleurd wenteltrapje was. Thuis gekomen herkende hij de soort echter niet. Het huisje is 18mm lang en samen met een Wenteltrapje, dat tijdens dezelfde strandwandeling is gevonden, op de foto gezet.
Foto 1: Trapgevel Oenopota turricula (onder) en Wenteltrap Epitonium clathrus © Erik Elshout Naschrift van de Spuisluiswachter: Het bruine slakkenhuisje is afkomstig van een Trapgeveltje Oenopota turricula (Montagu, 1803). In de Bruyne (1994) wordt deze soort beschreven als een vrij dikschalige horen, met 6-7 trapsgewijs afgezette windingen, smalle mondopening en een recht siphonkanaal. De hoogte van het huisje kan 20 mm. worden. Verse exemplaren zijn crèmewit of lichtgeel. Strandvondsten zijn vaak blauwgrijs of bruin verkleurd. Dat laatste is op de foto dus ook het geval. Hij leeft op grote afstand van onze kust. Op de Waddeneilanden (Terschellingen) zijn vondsten niet zeldzaam. Op de Nederlandse westkust worden ze wat algemener gevonden en in Zeeland (Domburg en Cadzand) wordt hij plaatselijk algemeen aangetroffen. Het Wenteltrapje Epitonium clathrus (Linneaus, 1758) is een dunschalige, priemvormige horen met 10-12 bolle windingen, waartussen een diepe en duidelijke naad loopt. De mondopening is rond. Op de windingen staan smalle, vertikale ribben die aansluiten op de ribben van de voorgaande windingen. De kleur is glanzend porceleinwit, met tussen de ribben vaak roodbruine vlekken en strepen. Soms is hij wat blauwgrijs verkleurd.Deze soort kan 35 mm. hoog worden. Levende dieren worden zeldzaam gevonden. Lege schelpen worden niet algemeen op de Waddeneilanden gevonden, zijn vrij algemeen aan de westkust en plaatselijk algemeen in Zeeland (Cadzand). Waarnemingen van levende Wenteltrappen in de Oosterschelde worden beschreven in de Spuisluismededeling van 22-01-2002 Referentie: R.H. de Bruyne (1994, 2de druk) Schelpen van de Nederlandse kust. Stichting Jeugdbondsuitgeverij & Stichting Uitgeverij KNNV. ISBN 90-5107-023-3. |
| Voor vragen of opmerkingen over deze waarneming(en) kunt u terecht bij de Spuisluiswachter |


