Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis 2002 Zoetwatergarnaal
Navigation
Document Actions

Zoetwatergarnaal

Zoetwatergarnaal in de Gaasperplas is Atheaphyra desmarestii (Millet, 1831)
Ingezonden; 04-06-2002, door Ron Offermans, Adriaan Gmelig Meyling en Harry Holsteijn

Op 29-01-2002 is er door Ron Offermans een Spuisluismededeling aangeboden betreffende een onbekende zoetwatergarnaal uit de Gaasperplas. Op het verzoek van de Spuisluiswachter om meer informatie over deze soort reageerden Harry Holsteijn en Adriaan Gemelig Meyling. Beiden zijn van mening dat de betreffende garnaal een Atheaphyra desmarestii (Millet, 1831) is.

Adriaan wist te vertellen dat zijn biologische interesse als jongetje van 10 begonnen was op de Westeinderplassen, waar hij toen een garnaal tegen kwam. Dat verbaasde hem zo dat hij contact opnam met Naturalis te Leiden, het toenmalige Nationaal Natuur Historisch Museum. Adriaan sprak daar met Prof. Holthuis, een wereldexpert op het gebied van garnalen. Het bleek toen te gaan om Atheaphyra desmarestii. Sinds die tijd heeft hij jaren besteed aan het vangen van deze garnaal en het doen van allerlei metingen om zo groei in de loop van de seizoenen te onderzoeken en waar dat eventueel van afhankelijk van zou kunnen zijn.

Er staan zo'n 20 tot 25 kleine tandjes op het rostrum. Het rostrum reikt iets voorbij de steel van de antennula en is ongeveer 1/6 van de totale lengte. De Carpus (derde deel poot van onderaf gezien, is veel korter dan de propodus, het tweede deel). Iets achter en boven het oog op de zijkant van het dier zit een grote tand. Kenmerkend voor deze soort zijn de kwastjes aan het eerste en tweede paar looppoten. De foto's van de eerste mededeling komen overeen met het zoekbeeld (zoals de Chromatophoren, pigmentvlekken) dat Adriaan van deze soort heeft. Op de onderstaande nieuwe foto's van Ron Offermans zijn de typische kenmerken duidelijk waarneembaar.

Foto 1: Atheaphyra desmarestii, Gaasperplas, in vitro opname © Ron Offermans

Foto 2: Atheaphyra desmarestii, Gaasperplas, in vitro opname © Ron Offermans

Foto 3: Atheaphyra desmarestii, Gaasperplas, in vitro opname © Ron Offermans

In de Westeinderplassen zijn jonge exemplaren doorzichtig en de chromatophoren nog niet ontwikkeld, maar naar mate ze ouder worden (de lengte van de vrouwtjes kan tot 3,8 cm worden) worden de chromatophoren duidelijker groen/bruin tot blauw. Mannetjes blijven kleiner en hebben minder pigment. Als je met een schepnetje onder riet- en lisbonken gaat vissen kom je A. desmarestii in Noord en Zuid-Holland op vele plaatsen tegen. De soort komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Maar dat is al lang geleden. Hij komt nu overigens ook in Noord-Afrika en Palestina voor. De eerste beschrijving van de soort dateert uit 1814. In België werd de soort in 1886 waargenomen. Eerste waarnemingen werden in Nederland rond 1915 gedaan. Nadien werd de soort alleen in het westen van het land, maar op steeds meer plekken waargenomen. De toename na 1930 wordt vooral toegeschreven aan de verzoeting van de Noord-Hollandse binnenwateren. Tot 1950 is de soort in ieder geval ondanks intensief zoekwerk niet in het oosten van Nederland gevonden.

Een andere soort die in het zoete water kan worden aangetroffen is Paleamon longirostris (H. Milne Edwards, 1837). De exemplaren van die soort die Adriaan levend is tegengekomen hadden zwarte strepen op het lichaam. Het rostrum is veel hoger dan van A. desmarestii. De tanden op het rostrum zijn veel groter en de carpus is veel langer. Ook de brakwatergarnaal Palaemonetes varians kan in de Nederlandse wateren worden aangetroffen. Deze soort heeft een veel langere achterste schaarpoot. Helaas zijn momenteel van beide soorten geen foto's op het WWW te vinden

Voor vragen of opmerkingen over deze waarneming(en) kunt u terecht bij de Spuisluiswachter