Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis 2001 De Gladde
Navigation
Document Actions

De Gladde

De Gladde Sponspootkrab, Inachus phalangium, (Fabricius, 1775)
Ingezonden door: Peter H. van Bragt, 06-08-2000

Op 06 augustus 2000 heb ik bij de eerste pijler van de Zeelandbrug (Zierikzee) een opvallend hooiwagenkrabachtig krabbetje gevonden. Na zorgvuldig determineren met behulp van ref. J.P.H.M. Adema "Krabben van Nederland en België (Nationaal Natuurhistorisch Museum, Leiden, 1991) kwam ik er achter dat het een gladde sponspootkrab Inachus phalangium, (Fabricius, 1775) was.

Van deze soort waren er vanaf 1989 tot aan de strenge winter van 1995 slechts een tiental waarnemingen bekend en sindsdien dachten we dat hij in de Nederlandse kustwateren was uitgestorven (mondelinge mededeling Marco Faasse). Echter René Lipmann heeft er een in de Oosterschelde gefotografeerd in augustus 1999, waarschijnlijk bij het Sas van Goes. Dit exemplaar staat afgebeeld op de ETI Interactieve Duikgids, samengesteld door M. de Kluijver e.a. Hier staat hij echter abusievelijk vermeld als gewone hooiwagenkrab.

De meest typische kenmerken van deze soort, waarmee hij te onderscheiden is van de hooiwagenkrabben, zijn: De carapax (het centrale lichaam) is even breed als lang. Het rostrum, de punt van de carapax, is kort en afgerond. De schaarpoten zijn kort (zie foto 1). Het eerste paar looppoten is langer dan de overige looppoten.

Foto 1: Gladde sponspootkrab, Inachus phalangium, (Fabricius, 1775)

 

Het viel mij op dat de looppoten als een bundel aan de zijkant gepositioneerd zijn terwijl dit bij de hooiwagenkrab meer uitgespreid is (zie foto 2 en 3) . Tevens liep dit exemplaar opvallend snel over de wand van de pijler terwijl de andere soorten Hooiwagenkrabben bijzonder traag zijn.

Foto 2: Gladde sponspootkrab, Inachus phalangium, (Fabricius, 1775)

Opmerkingen: Bij de hooiwagenkrabben is de carapax veel langer dan breed, het rostrum is uitgerekt, de schaarpoten zijn veel langer en de voorste looppoten zijn niet opvallend langer dan het tweede paar (zie foto 3).

Foto 3: De gewone hooiwagenkrab Macropodia rostrata (Linnaeus, 1761), © Peter H. van Bragt.

Er zijn twee soorten sponspootkrabben ; de gladde sponspootkrab Inachus phalangium en de gestekelde sponspootkrab, Inachus dorsettensis (Pennant, 1777). De laatste soort is op enige afstand van de kust niet zeldzaam, maar op de Nederlandse kust zijn nog geen vondsten bekend (Adema, 1991). In het veld zijn deze twee soorten nauwelijks tot niet van elkaar te onderscheiden. Gezien de grote overeenkomsten tussen de sponspootkrabben en de hooiwagenkrabben is het aannemelijk dat de sponspootkrabben nog al eens over het hoofd worden gezien en mogelijk verward worden met de gewone Hooiwagenkrab. Mocht je ooit een met spons bekleed krabbetje tegenkomen dan is het zeker de moeite waard om hem/haar aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Voor vragen over deze waarneming kunt u terecht bij de spuisluiswachter.