Grijze korstzakpijp
Diplosoma listerianum (Milne-Edwards, 1841)
Zoekbeeld
De Grijze korstzakpijp vormt dunne kolonies van minder dan twee millimeter dikte. De kolonies zijn vuilgrijs en half doorschijnend met duidelijk zwarte puntjes. Opvallend zijn de grote 'gaatjes'. Dit zijn de gemeenschappelijke uitstroomopeningen. Kolonies groter dan vijf centimeter doorsnede laten aan de rand enigszins los van de ondergrond. Nog groter kolonies kunnen een vliezige holle bollen vormen met een grote opening hierin.
Afmetingen
Kolonies zijn meestal enkele vierkante centimeters, maar kunnen soms wel een doorsnede bereiken van meer dan tien centimeter.
Kleur
Meestal grijs met duidelijke zwarte puntjes, maar kan ook geelachtig zijn of donkergrijs met witte vlekken. De instroomopeningen zijn vaak voorzien van witte ringetjes.
Habitat
Zowel in rustig als in vrij sterk stromend water aan te treffen. Behalve op harde ondergrond leeft de soort soms ook op wieren en zeegras.
Verspreiding
De Grijze korstzakpijp is in 1977 voor het eerst gevonden in de Oosterschelde en sindsdien algemeen geworden. In 1990 is de soort ook in de Grevelingen waargenomen en sindsdien sterk toegenomen. Sinds 1990 ook in de Waddezee (Terschelling).
Opmerkingen
- De korst is veel dunner en vlieziger dan bij de Gesterde geleikorst
- In West Europese komt ook Diplosoma spongiforme voor. De verschillen zijn niet erg duidelijk. Niet alle wetenschappers zijn het er over eens dat het in Nederland gaat om Diplosoma listerianum.

