Snotolf
Cyclopterus lumpus Linnaeus, 1758
Zoekbeeld
De Snotolf is een plompe, hoekig vis, met benige knobbels op de huid, een stompe kop, een kleine bek en kleine ogen. De voorste rugvin ontbreekt. Daarvoor in de plaats is de rug verhoogd. De tweede rugvin is normaal. Onder de buik zijn de buikvinnen vergroeid tot een grote zuigschijf, waarmee de dieren zich stevig kunnenvasthouden aan een harde ondergrond. Dat is handig bij het bewaken van de eieren, die vaak vlak onder de laagwaterlijn worden afgezet. In die periode zijn de mannetjes.
Afmetingen
De mannetjes kunnen tot 30 cm groot worden. De vrouwtjes blijven half zo klein.
Kleur
De mannetjes zijn in het paarseizoen mooi oranjerood. Het vrouwtje is meer blauwachtig. Buitende voorplantingsperiode zijn beide geslachten groenachtig grijs. Jongedieren van ca 5 mm, zijn geel tot groen, met een zilveren streep op de kop.
Seizoenspatroon
DeSnotolf vertoont een duidelijk seizoenspatroon. De trefkansen zijn het hoogst in april. Het patroon is het gevolg van trek- en paaigedrag. Dedieren paaien in februari en maart in de wierzone. Na het paaien gaan de vrouwtjes terug naar open water. Het mannetje blijft circa twee maanden bij de eitjes. Na mei trekken vader en kroost weer de Oosterschelde uit.

