Diklipharder
Chelon labrosus (Risso,1826)
Zoekbeeld
De Diklipharder en Dunlipharder zijn doorduikers moeilijk uit elkaar te houden. Dit komt mede doordat de dieren zich moeilijk laten benaderen. Duikers zien de torpedovormige, tot 70 cm langevissen vrijwel alleen in de verte schimmig voorbij schieten. Kenmerkend voor beide soorten zijn de twee kleine korte rugvinnen, waarvan de voorste vier harde vinstralen telt. De dieren hebben een donker groene of donker blauwegrijze rug en zilveren zijkanten met grijze lengtestrepen. Bij de Dunlipharder zijn deze strepen iets vager dan bij de Diklipharder. Ze worden vooral bij pontons en wrakken gesignaleerd. Ze kunnen ook dicht bij oevers worden waargenomen, waar ze algen af wieren grazen. De dieren eten voornamelijk plantaardig voedsel en de zeer kleine diertjes die daar tussen zitten. Volwassen dieren eten ook schelpdieren.