Noordkromp
Arctica islandica (Linnaeus, 1767)
Tekst: R.H. de Bruyne. Foto: A. Gmelig Meyling Sr. Fotobewerkingen: R.H. de Bruyne
Afmetingen
125 x 110 mm.
Vorm
Zeer dikschalig en bol. Bijna rond. De top is duidelijk naar voren omgebogen.
Sculptuur:
De buitenkant is glad met alleen onregelmatige groeilijnen.
Slot
Heterodont; fors en opvallend, met in beide kleppen drie cardinale tanden en twee laterale. De middelste cardinale tand kan gesplitst zijn. Uitwendige slotband.
Binnenzijde schelp
2 spierindruksels, In de mantellijn geen mantelbocht.
Kleur
Kalkwit met een bruine tot zwarte schilverige opperhuid.
Habitat
De dieren leven in gebieden met een fijne zandige of slikkige bodem, zowel los op de bodem als ondiep ingegraven. Vanaf enkele meters beneden de laagwaterlijn tot aanzienlijke diepten.
Voorkomen
In de wat diepere Noordzee vrij algemeen.
Op het strand
Losse kleppen en (zelden) doubletten spoelen vooral aan op de Noordelijke Waddeneilanden (Schiermonnikoog!). In Zeeland fossiel.
Bijzonderheden
Wordt vele tientallen jaren oud.
Waarnemingen doorgeven:
Heeft u een autochtone waarneming gedaan? En de soort dus levend aangetroffen in haar eigen biotoop? (Aanspoelingen van doubletten of zeer verse kleppen mogen ook worden doorgegeven).
Geef dit dan door via: www.telmee.nlHeeft u vragen? Mail dan naar Stichting ANEMOON via anemoon@cistron.nl

