Brakwaterkokkel
Cerastoderma lamarcki (Reeve, 1845)
Tekst: R.H. de Bruyne. Foto: © PICTAN.
Afmetingen
40 x 50 mm
Vorm
Vrij dunschalig. Langwerpig van vorm met een duidelijk verlengde achterkant. De top ligt niet in het midden.
Sculptuur
tot 28 vrij bolle ribben (vaak minder). De groeven tussen de ribben zijn smaller dan de ribben en lopen aan de binnenkant tot bijna onder de top door.
Slot
Slotband uitwendig. Slot heterodont. In beide kleppen 1 cardinale tand, in de linkerklep 1 voorste en 1 achterste laterale tand, in de rechter 2 voorste en 2 achterste.
Binnenzijde schelp
Twee vage spierindruksels, geen mantelbocht.
Kleur
Geelwit tot donkerbruin. De achter- en binnenkant is vaak lila.
Habitat
Leeft in rustiger vaak brak, water. Meestal binnendijks.
Voorkomen
Plaatselijk in brakwater in België, Zuid-Holland en Zeeland en op de Waddeneilanden. Relatief zeldzaam.
Op het strand
Oude, losse (Holoceen-fossiele) kleppen spoelen regelmatig aan op het strand langs de hele kust. Verse exemplaren alleen nabij plaatsen waar de soort autochtoon voorkomt.
Bijzonderheden
Oude schelpen van beide kokkelsoorten zijn soms moeilijk uit elkaar te houden. Bij doubletten is het onderscheid duidelijker: De brakwaterkokkel heeft een veel kortere slotband dan de Gewone kokkel.
Waarnemingen doorgeven:
Heeft u een autochtone waarneming gedaan? En de soort dus levend aangetroffen in haar eigen biotoop?
Geef dit dan door via: www.telmee.nlHeeft u vragen? Mail dan naar Stichting ANEMOON via anemoon@cistron.nl

