Boompjesslak
Dendronotus frondosus (Ascanius, 1774)
Zoekbeeld
De Boompjesslak dankt zijn naam aan de boomvormig vertakte uitsteeksels aan weerszijden van de rug. De achterste boompjes zijn kleiner dan de voorste. De kop is eveneens bezet met kleine boompjes en zelfs de twee reuksprieten op de kop (rhinophoriën) zijn ieder in een boompje opgenomen. De eigenlijke reuksprieten zijn dwars gelamelleerd. Het lichaam is van boven op de rug gezien slank. Als de dieren vanaf de zijkant bekeken worden, valt het op dat ze hoger dan breed zijn.
Agmetingen
Lengte maximaal ± 100 mm, vaak niet langer dan 40 - 50 mm.
Kleur
Geelachtig wit met rode of bruine marmering, soms bijna kleurloos.
Voedsel
De Boompjesslak leeft in Nederland voornamenlijk van hydroïden als Penneschaft (Tubularia indivisa) en Zeecypres (Sertularia cupressina).
Habitat
Te verwachten op elk hard substraat waar Tubularia of Sertularia groeit.
Verspreiding
Vrij algemeen in de westelijke Waddenzee, de westelijke en centrale Oosterschelde en de mond van de Westerschelde. Zeldzaam in de oostelijke Waddenzee. Ook op boeien en wrakken in de Noordzee.
Eieren
De eieren vormen een wat slordig gekronkeld snoer en worden afgezet in hydroïden.


