Zilverblauwe knotsslak
Trinchesia concinna (Alder & Hancock, 1843)

Zoekbeeld
Een kleine soort, met slanke papillen op de rug. Deze staan in schuine dwarsrijen, de voorsten zijn ter hoogte van de rhinophoriën ingeplant. De voet heeft enigszins hoekige, maar niet puntig uitgetrokken voetpunten.
Afmetingen
Lengte tot 12 mm.
Kleur
Het lichaam is transparant, kleurloos tot cremekleurig. De papilinhoud is bruin tot okerkleurig. Over de papillen ligt vaak een zilverblauwe metaalglans. Witte vlekjes liggen op de toppen van de tentakels, rhinophoriën en papillen.
Voedsel
In Nederland fourageert deze soort vrijwel uitsluitend op de Zeecypres (Sertularia cupressina).
Habitat
Op alle harde substraten waar Zeecypres voorkomt, is Cuthona concinna te verwachten. Onder meer op dijken, maar ook in Zeecypresvelden die op schelpenbodems in geulen voorkomen.
Verspreiding
Wordt onregelmatig waargenomen in de Oosterschelde en het Waddengebied, het meest na een strenge winter.
Eieren
De kleine eisnoeren zijn met enkele slagen rond de takjes van Zeecypres geslagen.

