Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Soortinformatie naaktslakken Zilverblauwe knotszakpijp
Navigation
Document Actions

Zilverblauwe knotsslak

 

 

Trinchesia concinna (Alder & Hancock, 1843)

 

 

 

 

Zoekbeeld

Een kleine soort, met slanke papillen op de rug. Deze staan in schuine dwarsrijen, de voorsten zijn ter hoogte van de rhinophoriën ingeplant. De voet heeft enigszins hoekige, maar niet puntig uitgetrokken voetpunten.

 

Afmetingen

Lengte tot 12 mm.

 

Kleur

Het lichaam is transparant, kleurloos tot cremekleurig. De papilinhoud is bruin tot okerkleurig. Over de papillen ligt vaak een zilverblauwe metaalglans. Witte vlekjes liggen op de toppen van de tentakels, rhinophoriën en papillen.

 

Voedsel

In Nederland fourageert deze soort vrijwel uitsluitend op de Zeecypres (Sertularia cupressina).

 

Habitat

Op alle harde substraten waar Zeecypres voorkomt, is Cuthona concinna te verwachten. Onder meer op dijken, maar ook in Zeecypresvelden die op schelpenbodems in geulen voorkomen.

 

Verspreiding

Wordt onregelmatig waargenomen in de Oosterschelde en het Waddengebied, het meest na een strenge winter.

 

Eieren

De kleine eisnoeren zijn met enkele slagen rond de takjes van Zeecypres geslagen.

 

Opmerkingen

- De meeste waarnemingen zijn gedaan in winter en voorjaar (januari-mei), maar soms ook in het najaar. - De Zeerasp-knotsslak (Cuthona nana) lijkt enigszins op C. concinna, maar is bleker, wordt breder en groter (tot 25 mm), heeft meer papillen en leeft uitsluitend op en van Ruwe zeerasp (Hydractinia echinata). Deze soort wordt vooral gevonden op plaatsen met een sterke stroming, zoals in zeegaten in het Wadden-gebied en Zeeuwse Delta en in de Noordzee op scheepswrakken, met name in de periode juni-augustus.