Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Soortinformatie kwallen Zeepaddestoel
Navigation
Document Actions

Zeepaddestoel

Rhizostoma pulmo (Macri, 1778)

Tekst A.W. Gmelig Meyling & I. van Lente

Synoniemen: Rhizostoma octopus

 

Zoekbeeld

Rhizostoma_octopus_002.jpgDe Zeepaddestoel heeft meestal een in verhouding tot veel andere kwallen stevig, blauwgrijs doorschijnend, koepelvormig lichaam in de vorm van een paddestoel.
De gonaden schijnen deels door de koepel heen. Kenmerkend zijn de 8 met elkaar vergroeide (bloemkoolvormige) lobben of mondarmen, die vanaf de mondopening naar beneden hangen. Randtentakels ontbreken.
Kwallen behoren, samen met onder meer poliepen en zeeanemonen, tot de neteldieren (Coelenterata). De echte kwallen (Scyphozoa) hebben in hun levenscyclus zowel een vastzittend stadium als poliep als een kwalstadium: in de vorm van medusekwalletjes zorgen deze dieren voor de geslachtelijke voortplanting en de verspreiding over langere afstanden.
Uit de bevruchte eieren komen larven, die zich op geschikte plaatsen vasthechten en nieuwe poliepen vormen. Deze snoeren zich op een gegeven moment af (strobilatie) en vormen nieuwe kwalletjes.

 

Kleur

  • Meestal blauwwit, deels doorschijnend. Soms roze-achtig tot oranjegeel, met name de overige delen van het lichaam, uitgezonderd  de koepel.
  • Doorschijnende gonaden bij mannelijke dieren melkwit tot blauw, vrouwelijke dieren bruinoranje.
  • Uiterste rand van de koepel vaak violetblauw.
  • Bovenzijden van de tentakels soms ook met violetblauwe randen.
  • Onderzijde wit, onderste gedeelten vangarmen soms roze of blauw.

 

Afmetingen

  • Doorsnede van de koepel meestal ca 40 cm, echter tot maximaal 90 centimeter.
    Het is de grootste kwal uit ons deel van de Noordzee.

 

Nadere kenmerken

  • De rand van de koepel heeft 80-95 randlobben, maar is niet voorzien van tentakels.
  • De mannelijke geslachtsorganen zijn blauwachtig, de vrouwelijke bruin.
  • Zeepaddestoelen hebben geen voor de mens hinderlijke netelcellen, ze 'steken' niet.
    (Maar er zijn wel enkele gevallen bekend waarbij allergische reacties optraden.)

 

Seizoenspatroon

  • Massale strandingen van het volwassen kwalstadium vooral in het najaar in de periode september-december, (soms tot februari).
  • Strobilatie zou vooral optreden in de zomermaanden.

 

Opmerkingen

  • Verspreiding: Atlantische Oceaan, Middellandse Zee, Zwarte Zee, Rode Zee, in ondiep water.
  • Kwalstadium algemeen langs de Nederlandse kust en in de kustwateren.
  • Opvallend is dat de poliepen (de scyphostoma) van de Zeepaddestoel zelden of nooit in de vrije natuur zijn waargenomen.
    Gezien het regelmatige voorkomen van kleine exemplaren, mag echter worden aangenomen dat de poliepen ook binnen de territoriale wateren voorkomen (Verwey, 1942).
  • Voortplanting zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk.
  • Vaak zijn in de schijf meerdere kwalvlooien Hyperia galba aanwezig.
  • Het voedsel bestaat uit plankton, een enkele keer ook grotere prooidieren die met de mondlappen en vangarmen uit de waterkolom worden gevist.

 

Opmerking

  • Evenals bij diverse andere kwallensoorten, leven er vaak kleine visjes direct onder de hoed.
    Het meest lijken jonge horsmakrelen Trachurus trachurus dit gedrag te vertonen.
  • Voortplanting: geslachtelijk en ongeslachtelijk.
  • Buitenlandse namen zijn barrel jellyfish, dustbin-lid jellyfish (Engels) en Wurzelmundqualle (Duits).

 

Literatuur

  • Hayward, P.J. & J.S. Ryland (Ed.), 1990. The marine fauna of the British Isles and North-West Europe: 1. Introduction and protozoans to arthropods. Oxford, UK. 627 pp.
  • Verwey. J., 1942. Die periodizität im auftreten und die aktiven und passiven bewegungen der quallen. Archives Neérlandaise de Zoologie, tome VI, 4e livraison.

 

Links

http://www.habitas.org.uk/marinelife/
http://www.soortenbank.nl/
http://www.marinespecies.org
http://www.glaucus.org.uk/Moonjell.htm