Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Soortinformatie krabben Noordzeekrab
Navigation
Document Actions

Noordzeekrab

Cancer pagurus Linnaeus, 1758

 Tekst: A.W. Gmelig Meyling. Versie 5-3-2008.

Zoekbeeld

Cancer_pagurus_002.jpg

De Noordzeekrab is een trage oranje bruine krab. Het rugschild is twee keer zo breed als lang. Ten opzichte van de breedte staan de ogen opvallend dicht bij elkaar. Ze hebben forse scharen met zwarte schaarpunten.

 

Afmetingen

De Noordzeekrab is de grootste krab van de Nederland kustwateren. De dieren kunnen een breedte bereiken van wel 30 centimeter.

 

Kleur

Het rugschild en de scharen zijn roodbruin. De punten van de scharen zijn zwart. Zijn buik is geelachtig van kleur

 

Habitat

Noordzeekrab komt voor van het intergetijdegebied tot wel 300 m diep. In het intergetijde gebied vindt men vooral jonge exemplaren. De grootste kans om ze tegen te komen ligt op een diepte tussen 6 en 40 meter. Ze leven op allerlei bodemsoorten zoals zand, grind en rotsen.  In de Noordzee bevolkt de Noordzeekrab vaak massaal wrakken. 

 

Mondiale verspreiding

De Noordzeekrab komt niet alleen in de Noordzee voor, maar ook in de Atlantische Oceaan, het Kanaal, rond heel Groot-Brittannië en Ierland.

 

Verspreiding in Nederland

Noordzeekrabben worden gevonden in al onze kustwateren.

 

Opmerkingen

  • Noordzeekrabben zijn vooral 's nachts actief, maar ook dan opvallend traag.
  • De paring vindt plaats van juli t/m september. Net als bij de andere krabben wordt het vrouwtje een aantal dagen tot weken meegedragen tot de vervelling plaatsvindt en de paring plaatsheeft.
  • Noordzeekrabben zijn pas volwassen als ze een jaar of 5 oud zijn. Vanaf die leeftijd planten ze zich meestal om het jaar voort.
  • Zowel mannetjes als vrouwtjes, kunnen last hebben van een parasiet, 'krabbezakje' genoemd. Deze parasiet (zelf ook een kreeftachtige) is te zien als een geel zakje tegen het achterlijf van de krab. Met een stelsel van vertakte draden dringt de parasiet echter overal in het krabbenlichaam door. Geïnfecteerde krabben leven nog wel, maar kunnen niet meer paren. Ook vervellen gaat niet meer.