Gewone pijlinktvis
Loligo vulgaris Lamarck, 1798
Op het strand spoelen vooral de veervormige, kalkloze rugschilden (inwendige schelpen) aan. Zo goed als nooit het dier zelf.
Afmetingen:
Schelp: tot ruim 380 mm. Gemiddelde lengte ca. 195 mm (man) en ca. 180 (vrouw).
Dier: lengte tot 750 mm.
Vorm:
Schelp: het rugschild (de gladius), bevat geen kalk, maar bestaat uit geelwit, hoornachtig materiaal. Het heeft de vorm van een vogelveer.
Dier: pijlinktvissen hebben een slank en torpedovormig lichaam uitlopend in een ruitvormige 'pijlpunt’. Er zijn acht korte en twee lange vangarmen.
Sculptuur:
Schelp: de ‘pen’ is rond en loopt door het midden. Verder vage diagonal, versterkende ribbels.
Kleur:
Schelp: bruingeel.
Dier: vuilwit, op de rugzijde grove chromatoforen die bij het levende dier voor een kleurig patroon kunnen zorgen.
Habitat:
Dier: Pelagisch: rondtrekkend in zee.
Voorkomen:
Dier: in mei-september dichter onder de kust de Noordzee intrekkend.
Op het strand:
Schelp: rugschilden spoelen sporadisch aan (zomer, najaar). Soms ook de eiertrossen: geleiachtige massa’s in een bloemvorm.
Dier: spoelen nu en dan aan. Vrij zeldzaam.
Bijzonderheden:
In de Noordzee leven nog andere soorten pijlinktvissen, o.a. de Noordse pijlinktvis Loligo forbesii Steenstrup, 1856 en de de Dwerg-pijlinktvis Alloteuthis subulata (Lamarck, 1798. Ook leeft de tot anderhalve meter lange Grote pijlinktvis Todarodes sagittatus(Lamarck, 1798) in de Noordzee.
Waarnemingen doorgeven:
Heeft u een waarneming gedaan? (In dit geval mogen ook aangespoelde rugschilden worden doorgegeven)
Geef dit dan door via: www.telmee.nlHeeft u vragen? Mail dan naar Stichting ANEMOON via anemoon@cistron.nl

