Grofgeribde fuikhoren
Nassarius nitidus (Jeffreys, 1867)
Tekst: R.H. de Bruyne. Foto: © PICTAN.
Afmetingen:
14 x 30 mm
Vorm:
Matig dikschalig. Vrij bolle windingen. Top matig spits, mondopening
peervormig, uitlopend in een kort siphokanaal. Aan de binnenkant van de
mondopening zitten kleine, onregelmatige tandvormige knobbels.
Sculptuur:
Horizontale ribben, gekruist door vertikale ribben
(traliewerksculptuur). Het aantal en de dikte van de dwarsribben kan variëren, maar ligt tussen 11 en 19. Een deel van de laatste winding is door
een dun laagje, glanzend eelt uit de mondopening bedekt. De mondrand is vaak verdikt met een extra dikke dwarsrib (varix).
Kleur:
Paarsbruin onder een schilferige roestbruine
opperhuid. Het eelt is vrij dun en doorschijnend, meestal paarsbruin met hier en daar wat wit. Ook de binnenzijde van de mond is vaak paarsbruin. De schelp heeft vaak een of meer paarsbruine kleurbanden. Fossiel strandmateriaal is vrijwel steeds grijswit, blauwzwart of donkerbruin
verkleurd.
Habitat:
De dieren leven gedeeltelijk ingegraven in een zachte zandige
slikbodem, waarbij alleen de lange sipho boven de
bodem uitsteekt. In tegenstelling tot de meer mariene 'echte' Gevlochte fuikhoren, leeft de Grofgeribde gewoonlijk in lagune-achtige omstandigheden. Het zijn aaseters met een uitermate goed ontwikkeld
'reukvermogen'.
Voorkomen:
In Nederland voornamelijk in binnenwater met een verlaagd zoutgehalte (brak), zoals in de Grevelingen, het kanaal door
Zierikzee, het kanaal door Noord-Beveland en plaatselijk langs de Oosterschelde. De dieren leven vooral op rustige plaatsen langs zand- en rotskusten, vanaf iets
beneden de laagwaterlijn tot diepten van enkele tientallen meters. Langs het strand van de 'vaste kust' spoelen tegenwoordig ook verse exemplaren en zelfs levende dieren en eierkapsels aan. Deze lijken echter qua vorm eerder te rekenen tot de Gevlochten fuikhoren Nassarius reticulatus.
Op het strand:
Oude lege huisjes van zowel Nassarius reticulatus als nitidus, spoelen algemeen aan langs vrijwel de gehele zuidoostelijke Noordzeekust, met name in horentjesgruis en ander aanspoelsel bij aflandige wind. De meeste zijn afkomstig uit Holocene en Pleistocene afzettingen in de zeeebodem. Op plaatsen waar de Grofgeribde fuikhoren levend voorkomt (Grevelingen) spoelen ook de lege huisjes aan.
Bijzonderheden:
Deze vorm wordt pas sedert enige jaren onderscheiden als aparte soort. Op de foto is het rechter exemplaar een fossiel van het strand.
Waarnemingen doorgeven:
Heeft u een autochtone waarneming gedaan? En de soort dus levend aangetroffen in haar eigen biotoop?
Geef dit dan door via: www.telmee.nlHeeft u vragen? Mail dan naar Stichting ANEMOON via anemoon@cistron.nl

