Waaiergarnaal
Thoralus cranchii/Eualus spec.
Tekst: M. Faasse. Versie 23-3-2008.
Zoekbeeld
Het lichaam van de Waaiergarnaal is klein en gedrongen. De kleur van de dieren is zeer variabel. Vaak zijn ze doorzichtig. Voor de ogen staan twee minuscule waaiertjes, gevormd door geveerde sprietjes. Het rostrum is heel kort. Het korte, gebochelde achterlijf wordt meestal hoog gehouden.
Afmetingen
Lengte: tot iets meer dan 2 cm.
Kleur
De waaiergarnaal is min of meer doorzichtig met bruine, roodachtige, groene of blauwe streepjes of soms stippeltjes.
Nadere kenmerken
De schaarpoten van de Waaiergarnaal zijn vrij kort en de schaartjes klein. Onder water zijn ze moeilijk te onderscheiden.
Habitat
De diertjes zitten vaak in aantallen op het plafond en de zijkanten van grotere holen tussen de stenen. Ze zijn hier het gemakkelijkst te ontdekken in het donker. De soort is af en toe ook te vinden op allerlei ander substraat met voldoende schuilgelegenheid.
Verspreiding
In goede jaren is de Waaiergarnaal overal in de Oosterschelde en de Westerscheldemonding te vinden. De soort kan zeer talrijk voorkomen na enkele opeenvolgende zachte winters. In strenge winters neemt deze soort enorm in aantal af. In het Waddengebied is de Waaiergarnaal slechts enkele keren waargenomen. Van het Veerse Meer zijn ons nog geen waarnemingen bekend, wel van de Grevelingen.
Opmerkingen
- Aangezien er voor deze soort nog geen Nederlandse naam was, wordt hier de naam Waaiergarnaal geïntroduceerd.
- Er zijn twee (zeldzame) Eualus-soorten die met het blote oog niet van Thoralus cranchii zijn te onderscheiden (te weten: Eualus occultus en Eualus pusiolus).

