Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Soortinformatie garnalen Garnalen
Navigation
Document Actions

Garnalen

Tekst: M. Faasse. Versie 23-3-2008.

Algemeen

Garnalen behoren met de kreeften en de krabben tot de Decapoda. De Decapoda kunnen we tienpotige kreeftachtigen noemen. Hiertoe behoren ook nog de heremietkreeften, porseleinkrabjes en Galathea-achtigen, al zijn dit geen echte krabben of kreeften. Decapoda zijn doorgaans groter dan de andere kreeftachtigen als pissebedden, vlokreeftjes en aasgarnalen.

 

Lichaamsbouw

Het lichaam bestaat uit het kopborststuk en het achterlijf. Bij de garnalen is de kop vergroeid met het borststuk, vandaar dat het voorste deel van de dieren wordt aangeduid met de naam kopborststuk. Aan het kopborststuk zitten vijf paar looppoten. Aan de voorste twee paar looppoten zitten meestal scharen, maar soms zijn deze microscopisch klein.

Onder het achterlijf zitten de korte, enigszins afgeplatte zwempoten. Deze hebben niet alleen een functie bij het zwemmen, maar ook worden de eitjes ertussen bewaard tot ze uitkomen. Pas uitgekomen garnaaltjes hebben een andere lichaamsvorm dan de ouders. De garnalenlarfjes leven vrijzwevend in het plankton.

Rostrum: Voor op de kop bevindt zich een uitsteeksel dat tussen de ogen begint. Dit uitsteeksel wordt rostrum genoemd. De vorm van het rostrum kan vaak helpen bij het onderscheiden van verschillende soorten.

Antennen en monddelen: Op de kop vinden we tevens de antennen of voelsprieten, met drie paar flagellen, waarvan het langste paar vaak naar achter, soms opzij, gehouden wordt en de andere meestal naar voren. Sommige monddelen lijken pootvormig.


Ecologie en leefwijze

In Nederland leven de meeste garnalensoorten tussen stenen en wieren. In Nederland heeft de Gewone garnaal (Crangon crangon) als een van de weinige garnalen soorten voorkeur voor een vlakke, zachte zandbodems. Het meest op de voorgrond tredend zijn de steurgarnalen van de geslachten Palaemon en Palaemonetes. Ze zijn minder schuw dan de andere soorten. Wellicht 'vertrouwen' ze op de doorzichtigheid van hun lichaam.

De roodgekleurde Ringsprietgarnaal (Pandalus montagui) leeft vaak wat dieper.  De overige garnalen verbergen zich meer. De Veranderlijke steurgarnaal (Hippolyte varians) verbergt zich tussen de vertakkingen van wieren en andere struikvormige organismen zoals Geweispons. De overige soorten kruipen vooral onder stenen en dergelijke. Een gebied met veel holen onder stenen en een rijke wierbegroeiing herbergt meestal relatief veel verschillende soorten garnalen.

De soorten die een verborgen leven leiden zijn 's nachts vaak actiever en minder teruggetrokken. Er is ook een uitgesproken verschil tussen de seizoenen; de aantallen van de meeste soorten zijn in de zomer en het najaar groter dan in de rest van het jaar. 

 

LITERATUUR 

  • Heerebout, G.R., 1974. Distribution and ecology of the Decapoda Natantia of the estuarine region of the rivers Rhine, Meuse and Scheldt. Neth. J. Sea Res. 8 (1): 73-93.
  • Holthuis, L.B. & G.R. Heerebout, herzien door J.P.H.M. Adema, 1986. De Nederlandse Decapoda (garnalen, kreeften en krabben). Wet. Meded. KNNV nr. 179, 66 p.
  • Holthuis, L.B., 1950. Decapoda (K IX). A. Natantia, Macrura Reptantia, Anomura en Stomatopoda (K X), Fauna van Nederland XV. Sijthoff, Leiden, 166p.
  • Lameere, A., 1895. Manuel de la Faune de Begique. I Animaux non Insectes. Bruxelles.
  • Smaldon, G., 1993. Coastal shrimps and prawns. Syn. Brit. Fauna no. 15. FSC, Shrewsbury, 142 p.