Gewone garnaal
Crangon crangon (Linnaeus, 1758)
Tekst: M. Faasse. Versie 23-3-2008.
Zoekbeeld
De Gewone garnaal is min of meer zandkleurig. Van dichtbij bekeken maken de dieren vaak een gespikkelde indruk. Het rostrum is erg klein en daardoor met het blote oog nauwelijks zichtbaar. De ogen staan op de bovenkant van de stompe kop. De zwempoten bewegen in tegenstelling tot de andere garnalen opzij. Ze worden tevens gebruikt bij het ingraven. Bij verstoring schiet de garnaal vaak een stukje achteruit, waarna hij zich bliksemsnel ingraaft. Eenmaal ingegraven steken gewoonlijk alleen de ogen en voelsprieten boven het bodemoppervlak uit.
Afmetingen
Lengte: tot 9 cm.
Kleur
De dieren hebben vaak de kleur van de ondergrond, soms met lichte en/of donkere vlekken of strepen. Ze zijn daardoor heel goed gecamoufleerd. De staart is soms helemaal zwart.
Nadere kenmerken
De schaar van de Gewone garnaal heeft een afwijkende vorm. Er is maar één vinger, die terugklapt tegen de rechthoekige palm.
Habitat
Deze garnalensoort leeft meestal op vlakke bodems, doorgaans bestaande uit zand, maar soms ook slib. In rust zitten de garnalen vaak ingegraven in de bodem, met alleen de ogen en de sprieten zichtbaar.
Verspreiding
De Gewone garnaal komt voor in de Oosterschelde, de Westerschelde, het Grevelingenmeer, de Noordzee en het Waddengebied. In het Grevelingenmeer en het Veerse Meer is de soort wat minder algemeen.
Opmerkingen
- De Gewone garnaal is 's nachts actiever dan overdag.
- De dieren veranderen waarschijnlijk in de loop van hun leven van geslacht. De kleine dieren zijn dan de mannetjes, de grote vrouwtjes.
- Gewone garnalen worden veel gegeten. Ze zijn in de vishandel te verkrijgen onder de naam 'Hollandse garnalen'.

