Viltkokeranemoon
Cerianthus lloydii Gosse, 1859
Tekst: A.W. Gmelig Meyling. Versie 12-3-2008.
Zoekbeeld
De Viltkokeranemoon wordt gekenmerkt door twee typen tentakels die duidelijk van elkaar zijn te onderscheiden. Vlak rond de mond staan zeer korte tentakels, waardoor de mondopening zelf vrijwel nooit te zien is. Meer aan de buitenkant bevindt zich een krans van lange dunne -vaak mooi gestrekte- tentakels. De tentakels in deze krans die zich het meest aan de buitenkant bevinden, zijn vaak horizontaal vlak boven de bodem uitgespreid. De iets meer naar binnen gelegen tentakels wijzen schuin naar boven. De soort leeft in een zelfgemaakte lange koker van aaneengekit zand en/of slib. De koker bevindt zich vrijwel geheel in de zachte bodem en is daardoor meestal geheel aan het oog onttrokken. Bij de geringste aanraking trekken de dieren zich snel in de koker terug, schoksgewijs, meestal in twee stapjes.
Afmetingen
De doorsnede van de buitenste tentakelkrans ligt meestal tussen de 2 en 3 cm, maximaal tot circa 6 cm. De binnenste tentakels lijken niet langer dan enkele millimeters, maar kunnen tot circa 1 cm lang zijn. De voor duikers onzichtbare zuil kan een lengte bereiken tot 20, soms 40 cm en een doorsnede tot 1 cm.
Kleur
De kleur van de tentakels is zeer variabel. Vaak eenkleurig paars, bruin, oranje of wit. Soms ook met donker gekleurde buitententakels en licht ge-kleurde mondtentakels. Soms exemplaren met tentakels die anders gekleurde ringen vertonen. Bij elkaar staande dieren vertonen qua kleur geen overeenkomst.
Habitat
De Viltkokeranemoon leeft in zachte (zand- of slib) bodems, nooit vastgehecht op stenen of ander hard substraat. De soort komt voor vanaf de laagwaterlijn tot op grote diepten en heeft voorkeur voor plaatsen met enige stroming, al worden plaatsen waar de bodem door sterke stroming veel in beweging is, gemeden.
Verspreiding
De Viltkokeranemoon komt in de Westerschelde vooral voor in de monding. In de Oosterschelde leeft de soort vooral langs de noordkust vanaf Stavenisse en langs de zuidkust tot bij Wemeldinge. In de Grevelingen is de soort veel minder algemeen dan in de Oosterschelde niet meer dan zeldzaam-schaar. De soort is daar bekend van Den Osse, Preekhilpolder en 't Koepeltje. Van de Noordzee-kust zijn een beperkt aantal waarnemingen bekend. De Vlitkokeranemoon is nog niet gemeld uit het Veerse Meer of de Waddenzee.

