Dodemansduim
Alcyonium digitatum Linnaeus, 1758
Tekst: A.W. Gmelig Meyling. Versie 12-3-2008.
Zoekbeeld
De Dodemansduim vormt kolonies van heel kleine 'zeeanemoontjes'. Omdat ze met elkaar vergroeid zijn, worden ze poliepen genoemd. Jonge kolonies zijn min of meer korstvormig, maar naarmate ze ouder worden ontstaan er één of meer bobbels. Zo'n bobbel kan uitgroeien tot duimdikke, vingerachtige uitstulpingen. Nog grotere kolonies kunnen zelfs vertakken. Bij de geringste verstoring worden de individuele poliepjes naar binnen gezogen. De Dodemansduim heeft dan een sponsachtig uiterlijk. Op de plekken waar de poliepjes zaten, zijn dan putjes te zien. Het duurt lang voordat ze weer worden uitgezet. Door de vorm en de vale kleur, doen kolonies met ingetrokken poliepjes op vingers van een 'dode zeeman' denken.
Afmetingen
Jonge korstvormende kolonies hebben een diameter van 5 tot 10 mm. In de Oosterschelde groeien kolonies meestal niet verder uit dan tot circa 10 cm hoog. De dikte van de 'vingers' ligt tussen de 1 en 3 cm. In de Noordzee worden kolonies circa 20 cm.
Kleur
Het meest voorkomend is een witte stam, maar in de Oosterschelde komen ook gele en oranje stammen voor. De poliepen zijn altijd doorschijnend wit.
Nadere kenmerken
Met veel moeite en/of met een loep is te zien dat ieder poliepje acht geveerde tentakels heeft.
Habitat
Beneden de laagwaterlijn op stenen of ander hard substraat, vooral op plaatsen met veel stroming.
Verspreiding
De soort komt het meest voor in het westelijk deel van de Oosterschelde (Schouwen en Noord Beveland). Verder komt de soort plaatselijk voor in de Noordzee, op enige afstand van onze kust.
Opmerkingen
-
De Dodemansduim (ook wel Doômansduim) is geen échte zeeanemoon, maar behoort tot de Lederkoralen.
-
Brokkelsterren worden beschouwd als voedselconcurenten voor Dodemansduim. Wanneer na een strenge winter de meeste slangsterren zijn afgestorven, zien we vaak een toename van Dodemansduimen.

