Wat is het SMP?
Het SMP wordt uitgevoerd door zogenaamde biologisch strandwachters. Deze lopen wekelijk op bepaalde trajecten bij laagwater over het strand. Daarbij zoeken ze intentief naar aangespoelde organismen of resten daarvan. De bevindingen worden na afloop van de strandwandeling genoteerd op het SMP-formulier. De resultaten van dit onderzoek leiden tot inzichten over trend van populaties die leven in de zone tot circa één km uit de kust.
Geschiedenis
In 1977 besloot een kleine groep mensen op min of meer vaste tijden langs hetzelfde stuk strand tussen Katwijk en Noordwijk te lopen. Op die manier wilde men inzicht krijgen in seizoenspatronen en veranderingen op langere termijn in de samenstelling van het aanspoelsel. Men ging er van uit dat zo ook veranderingen in de aantallen in onze kustwateren levende dieren en planten herkend konden worden.
Zo ontstond in 1977 de eerste strandwacht. Deze groep enthousiastelingen noemde zich de Strandwacht Katwijk-Noordwijk. Tien jaar lang werd het trajekt systematisch geïnventariseerd. Dit voorbeeld is later op verschillende plaatsen langs onze kust gevolgd.
Al die moeite bleek niet voor niets te zijn geweest want de uitgebreide analyse van de waarnemingen leverde opmerkelijke resultaten. Verschillende diersoorten bleken in die tien jaar sterk in aantal te zijn afgenomen of zelfs helemaal uit het aanspoelsel te zijn verdwenen. Ook bleek dat andere soorten sterk in aantal zijn toegenomen of voor het eerst voor onze kust zijn verschenen.
De gegevens die door de strandwachten werden verzameld bleken heel geschikt voor het volgen van populatie-veranderingen van de planten en dieren in zee. De deelnemende vrijwillers hadden dus de voldoening dat hun waarnemingen voor serieus onderzoek bruikbaar waren. Maar de groei van het aantal waarnemers en de enorme hoeveelheid gegevens maakten een goede organisatie noodzakelijk. Daarom is in 1993 de stichting ANEMOON opgericht.
Methode
De strandwacht-waarnemers lopen met zijn tweeën volgens een rooster wekelijks of eens in de twee weken bij laag water het trajekt. De aantallen aangespoelde organismen of resten daarvan worden geteld of geschat. Bij elke telling worden de gevonden soorten ingedeeld in abundantie- of voorkomensklassen (gebaseerd op een 10-logaritme). Deze abundantie wordt vervolgens per 'vervalstadium' ingevuld op een formulier. Aan het vervalstadium (hoe vers is dit dier of deze plant?) kun je iets zien over hoe lang geleden het dier of de plat nog leefde. Uit onderzoek is gebleken dat van veel soorten 'verse' resten aan het strand worden gevonden. Dit zijn dus resten afkomstig, van organismen die relatief kort voor het aanspoelen zijn gestorven. Ook is gebleken dat de verse resten voor het grootste deel afkomstig zijn van organismen die vlak onder de kust leven, zo'n 1 tot 3 km uit de kust, afhankelijk van de lokatie.
Door elk jaar voor elke soort de gemiddelde abundanties te berekenen kan de hoeveelheid aangespoeld materiaal van een bepaalde soort van jaar tot jaar worden vergeleken. Deze gemiddelde abundanties worden voor elk vervalstadium apart berekend.
Door de gemiddelde abundanties van strandvondsten te vergelijken met vangsten van levende organismen in zee, is inmiddels voor een groot aantal soorten vastgesteld, dat de veranderingen in aangespoelde aantallen op het strand in overeenkomen met de aantalsveranderingen in de nabije kustzone.

