SMP-Methode
Voorbereidingen
- Haal de SMP-formulieren van internet
- Lees de toelichting die staat bij het invullen van de formulieren
- Vul de gegevens die u steeds moet invullen in op het formulier in en save dit formulier op uw computer
- Wanneer u standaard niet let op bepaalde soorten of categorieën: vul dan op het formulier in op welke soorten en categorieën u niet gaat letten.
Plaats daartoe achter de betreffende soorten in de betreffende kolom 'XX'.
De Strandwacht-inventarisatie
- Start de inventarisatie een halfuur vóór laagwater.
- Begin het traject bij de laagwaterlijn. Op de terugtocht wordt de vloedlijn onderzocht.
- Zoek altijd naar alle op het formulier vermelde soorten, met uitzondering van de soorten waar al 'XX' is ingevuld.
- Probeer de aandacht bij het zoeken zoveel mogelijk over die soorten te verdelen (ook al vindt u de ene soort interessanter dan de andere).
- Maak tijdens de wandeling aantekeningen van wat u gezien hebt of maak gebruik van een geprint formulier waarop u aantallen turft.
Het invullen van het formulier
- Noteer in de kop van het formulier de zogenaamde kopgegegevens zoals: Waarnemer, datum, begintijd, eindtijd, windkracht en windrichting.
- Noteer per soort en per categorie (levend, dood, doublet, enz) de waargenomen aantallen per traject.
- Noteer aantallen per traject in de vorm van zogenaamde abundantieklassen die op het formulier vermeld worden.
|
Abundantieklasse |
Aantal exemplaren/kolonies per traject |
|---|---|
|
A0 |
0 |
|
A1 |
1 - 9 |
|
A2 |
10 - 99 |
|
A3 |
100 - 999 |
|
A4 |
1000 - 9999 |
|
A5 |
10000 - 99999 |
|
A6 |
>=100000 |
- Vergeet nooit een A te plaatsen als het om en abundantieklasse gaat, anders wordt aangenomen dat het om werkelijke aantallen gaat.
- Als een soort niet is gevonden, hoeft u niet de abundantieklasse A0 in te vullen. Een leeg vakje betekent dus dat de soort niet is waargenomen, maar dat er wel naar deze soort is gekeken.
- Als u een bepaalde soort nog niet kent of er om een of andere reden niet naar de soort heeft gezocht, noteer dan 'XX'. Stel dat u tot 1994 een bepaalde soort krab niet goed kent en u denkt: 'Ach laat ik maar niets invullen, XX staat ook zo dom'. In 1994 gaat u zich eens verdiepen in de betreffende diergroep en nadien herkent u de soort gemakkelijk, met als gevolg dat u de soort vaak waarneemt. Na analyse van de gegevens lijkt het dan net of die soort enorm is toegenomen, terwijl daar infeite niets over gezegd kan worden. Dus 'XX' op een formulier staat zeker niet dom, maar betekent dat u het idee achter het systematisch onderzoek goed door heeft.
- Betrek bij het schatten van de aantallen zoveel mogelijk de gave exemplaren. Stukjes skelet van bijvoorbeeld de Zeeklit dienen niet bij de tellingen te worden betrokken. Als vuistregel kunt u aanhouden dat driekwart van het organisme (of skelet) in takt moet zijn. Kleinere fragmenten dus niet bij de telling betrekken en als u de waarneming te interessant vindt om verloren te laten gaan, vermeld die dan onder 'bijzondervondsten'.
- Schat van kolonievormende organismen, zoals Zeemos, Penneschaft, Gorgelpijppoliep, Doorschijnende zeevinger, Harige vliescelpoliep en Bladachtighoornwier, maar ook van eikapsels van de Wulk het aantal plukjes of stukjes. Geef bij de opmerkingen eventueel enige informatie over de grootte van de stukjes.
- Exemplaren die ten gevolge van een kornetvisser of op andere onnatuurlijke wijze op het strand zijn beland, mogen niet bij de tellingen worden betrokken. Noteer deze vondsten als bijschrijfsoorten bijvoorbeeld op de achterzijde van het formulier. Omdat kornet-vissers nog wel eens vangsten op het strand laten liggen, is het van belang te vermelden of u kornetvissers heeft waargenomen, zodat bijzondere vondsten toch met enige voorzichtigheid kunnen worden geinterpreteerd.
Bijschrijfsoorten
- Noteer in het vak Bijschrijfsoorten de soorten die niet op het formulier staan, maar die u wel heeft waargenomen.
- Noteer bij een bijschrijf soort ALTIJD de hoedanigheid (categorie) waarin de exemplaren zijn gevonden: levend, dood, doublet, schelp met vleesresten. De te gebruiken afkortingen van de categorieën staan op het standaard SMP-formulier. Noteer ook eventuele bijzonderheden, zoals aangespoeld op krat, vastgehecht aan plank, besmeurt met ollie, enz.
- Als u kwalvlooien heeft waargenomen, noteer dan bij de opmerkingen ook de kwalsoort waarin deze zijn gevonden.
- Als u het Krabbezakje heeft waargenomen noteer dan bij de opmerkingen ook de krabbensoort waarin deze parasiet is waargenomen.
- Als u een exemplaar heeft gevonden die u niet gemakkelijk kan determineren, is het zeer aanbevelenswaardig deze te sturen naar een specialist (bijvoorbeeld een medewerker van het Nationaal Natuurhistorisch Museum te Leiden). U kunt ze ook opsturen naar de Stichting ANEMOON. Dan wordt gezorgd dat uw waarnemingen terecht komen bij de juiste specialist. Zorg wel voor conservering in 70% alcohol en deugdelijke verpakking.

