Methode
Tekst: A.W. Gmelig Meyling & J. Willemsen, 15-03-2007
1. Benodigde materialen
Om het veldwerk te kunnen uitvoeren zijn meerdere hulpmiddelen nodig:
Handschoenen: plastic, gebruik geen huishoudhandschoenen of tuinhandschoen (die zijn te zwak)
- Minimaal twee rolmeetlinten met een lengte van minimaal 30 meter
- GPS (Global Position System). Ingesteld op Dutch RD Grid.
- Kwadrant: 4 bamboestokken of 4 stukken elektriciteitsbuis (lengte 1 meter) met elkaar verbonden door ducktape
- Emmertje
- Pen of potlood
- PIMP-Formulier of opschrijfboekje
- Laarzen
- Digitale camera
- Eventueel (duik)lamp om in holtes te kunnen kijken
2. Keuze van dag en tijdstip
Het moment waarop men gaat tellen wordt bepaald door verschillende factoren:
- Bezoek de PIMP-locatie bij laagwater.
- Kies bij voorkeur een dag met een zo laag mogelijke waterstand.
- Kies bij voorkeur een lichtbewolkte dag. Bij een te felle zon zijn contrasten groot en zijn Purperslakken moeilijker te zien in holten en spleten.
- Kies een dag met weinig wind. Een te hevige golfslag bemoeilijkt het werken bij de laagwaterlijn en het invullen van formulieren. Werk bij aanlandige wind niet boven windkracht 3 Beaufort. Bij aflandige wind niet boven windkracht 5. Voor de Noordzeekust geldt dat westenwind het water sterk kan opstuwen. Voor de Noordzee geldt dat harde noordelijke en westelijke wind een paar dagen voor de waarneming nog golfslag tot gevolg heeft op de waarnemingsdag zelf.
- Kies bij voorkeur een droge dag, zodat formulieren niet onbeschrijfbaar nat worden.
- Bepaal met behulp van www.getij.nl het moment van laagwater op de onderzoeksdatum.
- Kies op deze site uit de lijst een plaats die zo dicht mogelijk ligt bij de te onderzoeken PIMP-locatie.
- Wees minimaal drie kwartier voor het laagwatertijdstip op de PIMP-locatie aanwezig. Deze tijd heb je doorgaans nodig om alle spullen te pakken, laarzen aan te trekken, naar de locatie te lopen, de ligging van het teltraject te bepalen en het meetlint uit te leggen.
- Neem ook in geval van type N-locaties al bij het begin alle telspullen mee, zodat je niet later terug moet. Dit kost onnodig veel tijd op het moment dat het juist gunstig is om te tellen.
3. Voorbereidingen vóór de telling
De PIMP-locaties zijn verdeeld in de volgende twee typen:
- Type N-locaties: waar de Purperslak nog niet is waargenomen
- Type A-locaties: waar de Purperslak al eens is waargenomen
De werkwijze is per type locatie verschillend. Hieronder worden deze stapsgewijs behandeld.
3.1. Werkwijze bij type N-locaties (Geen Purperslakken van bekend)
- Loop naar de laagwaterlijn naar een plek met een zo gunstig mogelijk biotoop voor Purperslakken.
- Zoek bij strekdammen vooral langs de kant waar de stroming het grootst is en verslibbing het minst optreedt.
- Zoek op plekken met kans op sterke golfslag ook op de meer beschutte plaatsen.
- Zoek op de laagwaterlijn maar ook daarboven.
- Indien mogelijk moeten stenen worden gekeerd. Pas wel op voor je rug! Keer stenen ook altijd weer terug naar de oorspronkelijke positie.
- Als stenen niet zijn te keren, kijk dan vanuit zoveel mogelijk gezichtspunten (zo laag mogelijk) in kieren en holten. Gebruik bij donker weer een zaklamp.
- Verwijder wieren, wanneer deze het zicht belemmeren.
- Wanneer binnen 20 minuten op een plek een Purperslak is waargenomen, dan wordt deze plek de eerste telplek. Handel verder zoals beschreven is bij ‘Werkwijze bij type A-locaties’.
- Is binnen 40 minuten nog geen Purperslak gevonden, zoek dan nog minimaal 40 minuten door.
- Wanneer er alsnog een Purperslak wordt gevonden, plan dan een tweede teldag in om een correcte telling te kunnen uitvoeren volgens de werkwijze van type A-locaties.
- Concentreer je in eerste instantie op het tellen van Purperslakken. Indien ook op andere soorten is gelet kunnen die op het formulier worden bijgeschreven.
- Maak met een digitale camera omgevingsfoto's en detailopnames van het substraat, zodat een beeld ontstaat van de begroeiing met wieren, Japanse oesters, mossels en zeepokken.
3.2. Werkwijze bij type A-locaties (ooit al Purperslakken waargenomen)
- Kies een teltraject over het gedeelte waar de biotopen er zo gunstig mogelijk uitzien.
- Leg vervolgens een meetlint van minimaal 30 meter uit over het teltraject.
- Leg bij een strekdam het teltraject/het lint in de lengte van de strekdam.
- Bepaal de ligging van de eerste telplek. Leg deze in de meest gunstige biotoop.
- Leg bij de strekdam het eerste telpunt bij voorkeur dicht bij het uiteinde van de strekdam.
- Leg het kwadrant op de eerste telplek: het midden van het kwadrant valt samen met de 0,00 meter op het meetlint.
- Om de telling goed te kunnen verrichten, dienen wieren te worden verwijderd. Vooral zee-eik kan fors uitgroeien en belemmert het zicht op het substraat volledig. Belangrijk is dat het afbreken bij de aanhechtingsplekken heel voorzichtig wordt uitgevoerd, zodat dode Japanse oesters, die vaak als aanhechtingssubraat fungeren, niet van de stenen worden afgetrokken en er daardoor Purperslakken vanaf kunnen vallen. Controleer of Purperslakken niet op het wier achterblijven. Dit is overigens bijna nooit het geval, de dieren hechten zich vrijwel nooit op de wieren.
4. Het tellen van de Purperslakken
4.1. Tellen van Purperslakken zonder stenen te keren
- Klap het kwadrant uit en zorg er voor dat het zoveel mogelijk een vierkant vormt en geen ruit, zodat het te onderzoeken oppervlak een vierkante meter is. Het kwadrant hoeft niet persé horizontaal te liggen.
- Tel de Purperslakken die wanneer je met je hoofd boven het kwadrant zit, gezien kunnen worden.
- Kijk zeer goed vanuit allerlei hoeken in holtes en kieren.
- Onderzoek het kwadrant systematisch, bijvoorbeeld in banen van 10 centimeter.
- Verwijder bij voorkeur en indien mogelijk voorzichtig ieder geteld exemplaar, om dubbeltellingen te voorkomen.
- Leg de Purperslakken eerst in een emmertje, zodat ze eventueel nog kunnen worden nageteld.
- Leg na de telling de Purperslakken voorzichtig terug op een beschutte vochtige plek, zodat ze niet kunnen wegspoelen of verdrogen in de zon en zich weer gemakkelijk kunnen vasthechten aan het substraat.
4.2. Tellen van eikapsels
Tel of schat ook het aantal eikapsels. Ieder coconnetje wordt in principe apart geteld, maar na wat oefenen kunnen grotere aantallen geschat worden in termen van 10, 20, 50, 100, 150, 200 of 400.
4.3. Tellen van Purperslakken en eikapsels onder gekeerde stenen
Na de hierboven besproken telling, kan wordt nagegaan of stenen kunnen worden gekeerd. Indien dat het geval is, wordt ook het aantal Purperslakken en eikapsels onder de stenen geteld:
- Verwijder deze exemplaren niet van de steen.
- Leg de gekeerde stenen altijd weer terug in de positie waarin deze gevonden zijn. Doe dit voorzichtig, zodat Purperslakken er zo min mogelijk afvallen en krabben en andere organismen zo min mogelijk worden verpletterd.
5. Invullen van het waarnemingsformulier
5.1. Het invullen van de algemene gegevens op het formulier
Op het waarnemingsformulier staan meerdere velden. Vul deze velden zo veel mogelijk in. Noteer:
- Naam van de verantwoordelijke waarnemer
(verantwoordelijke waarnemer is persoon bij wie Stichting ANEMOON kan aankloppen voor vragen) - Naam van de overige waarnemer(s) of assistent(en)
- Waarnemerscode
- Datum (Dag-Maand-Jaar)
- PIMP-locatienummer
- Begintijd (volgens www.getij.nl)
- Eindtijd (volgens www.getij.nl)
- Werkelijke begintijd
- Werkelijke eindtijd
5.2. Het invullen van de telgegevens op het formulier
Op het waarnemingsformulier staan meerdere velden. Vul deze velden zo veel mogelijk in. Noteer:
- Nummer telplek.
- De positie(s) op het meetlint(en) en noteer deze op het formulier.
- De x- en y- coördinaten vanuit de GPS.
- Het getelde aantal Purperslakken (van bovenaf waargenomen).
- Het getelde aantal eikapsels (van bovenaf waargenomen).
- Het aantal gekeerde stenen.
- Het getelde aantal Purperslakken onder stenen.
- Het getelde aantal eikapsels onder stenen.
- Noteer eventueel ander waargenomen soorten.
- Noteer bijzonderheden m.b.t. verslibbing, verzanding en/of asfaltering.
Terug naar:
- De hoofdpagina van het PIMP
- Soortinformatie over de Purperslak
- Achtergronden van het project: TBT-problematiek
Downloads:

