Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Projecten PIMP De Purperslak
Navigation
Document Actions

De Purperslak

Tekst: A.W. Gmelig Meyling & J. Willemsen, 15-03-2007

 

Uiterlijk

Nucella lapillusDe Purperslak Nucella lapillus (Linné, 1758) is een dikschalige huisjesslak van 3 à 5 (soms tot 6) centimeter hoog. De schelp is maximaal 25 millimeter breed en heeft ongeveer 6 windingen, met daartussen een dunne naad. De top van de schelp is spits en de onderste winding (nabij de mondholte) vormt verreweg het grootste deel van de schelp. De mondopening is ovaal en kenmerkt zich door een kort siphokanaal. De mondrand is iets verdikt en aan de binnenzijde voorzien van een reeks knobbeltjes of tandjes. De sculptuur van de schelp bestaat uit horizontale ribben. Deze worden gekruist door (soms onduidelijke) verticaal verlopende groeilijnen.

De kleur van de Purperslak is erg variabel. Er komen witte exemplaren voor, maar ook donkerbruine. Soms is de schelp voorzien van brede of zeer smalle gekleurde banden. Exemplaren uit beschutte gebieden hebben vaak schubachtige verdikkingen op de schelp. Donkerbruine Purperslakken zijn gevoeliger voor uitdroging dan hun lichtgekleurde soortgenoten.

 

 

Taxonomie en synoniemen

De Purperslak behoort binnen de hoofdklasse Weekdieren (Mollusca) tot de klasse van de (Huisjes-)slakken (Gastropoda, letterlijk: buikpotigen). Deze klasse wordt gevormd door een aantal families, waaronder die van de Muricidae. De belangrijkste vertegenwoordiger van deze familie in de Nederlandse kustwateren is de Purperslak.
In het verleden zijn vele synoniemen voor de Purperslak gebruikt (Jahier e.a., 2001):

• Buccinum lapillus (Linné, 1758)
• Purpura lapillus (Linné, 1758)
• Thais lapillus auct.
• Buccinum filosum (Gmelin, 1791)
• Nucella theobroma (Röding, 1798)
• Nassa rudis (Röding, 1798)
• Nassa ligata (Röding, 1798)
• Purpura imbricata (Lamarck, 1822)
• Purpura bizonalis (Lamarck, 1822)
• Purpura buccinoidea (De Blainville, 1829)
• Purpura lapillina (Locard, 1886)
• Purpura celtica (Locard, 1886)

De Nederlandstalige naam ‘Purperslak’ dankt de soort aan verwante soorten die in de Middellandse Zee leven: Bolinus brandaris (Linné, 1758) en Hexaplex trunculus (Linné, 1758). Uit de klieren van deze slakken werd in vroeger tijden een geelwitte kleurstof gewonnen, die onder invloed van enzymen en zonlicht uiteindelijk verkleurde tot een purperen kleurstof. Hiermee werd in de Romeinse Tijd de kleding van hoogwaardigheidsbekleders gekleurd. Het winnen van de kleurstof was een kostbare zaak en in de 4e eeuw was het voor privé-personen naast onbetaalbaar zelfs verboden om de kleurstof te verhandelen of te dragen.
 

 

Verspreiding en voorkomen

De Purperslak komt voor vanaf de Noordelijke IJszee tot aan Portugal. Ook van de Canarische eilanden is de Purperslak bekend. Langs de kust van Noord-Amerika komt de Purperslak voor van Labrador tot Rhode Island. De grenzen van het verspreidingsgebied van de Purperslak worden bepaald door de temperatuur van het zeewater: de noordgrens van het verspreidingsgebied wordt gevormd door de 0° C-isotherm (wintertemperatuur) en de zuidgrens ligt ongeveer op de 19° C-isotherm (zomertemperatuur).

In de Noordzee is de Purperslak algemeen langs de Engelse, Schotse en Noorse kust. De Purperslak wordt verder aangetroffen op diverse plaatsen langs de Deense, Duitse, Nederlandse, Belgische en Franse kust.

 

 

Biotoop

Purperslakken leven op hard substraat. Op zandige of slikkige ondergrond worden geen Purperslakken aangetroffen. Omdat in Nederland geen natuurlijk gevormd hard substraat aanwezig is, beperkt de verspreiding van de Purperslak zich tot door de mens aangelegde harde ondergronden, zoals dijken, golfbrekers en (stort)stenen. Uit het PIMP-onderzoek is gebleken dat het optimum van de meeste Purperslak-populaties doorgaans iets boven de laagwaterlijn ligt. Beneden de laagwaterlijn worden vrijwel geen Purperslakken aangetroffen, zoals veel MOO-duikers van Stichting ANEMOON kunnen bevestigen.
Van Moorsel (1996) vermeldt dat nooit is aangetoond dat Purperslakken voorkomen op mosselbanken. Ook in het PIMP-project zijn diverse riffen van de Japanse oesters  onderzocht, maar ook daar is de Purperslak niet aangetroffen. De Purperslak werd wel aangetroffen tussen Japanse oesters, wanneer deze voorkwamen op basalt of ander hard substraat.
Purperslakken lijken voorkeur te hebben voor locaties met sterke golfslag en waterstroming, mits daar dan ook voldoende beschutting aanwezig is. PurperslaklocatieBij laagwater houden de Purperslakken zich meestal verscholen tussen steenbrokken of in spleten in de dijkbekleding. Op plaatsen waar geen spleten of holten zijn, komt de soort niet voor. Op plaatsen waar het basalt is overgoten met teer zijn tijdens het PIMP-onderzoek niet of nauwelijks Purperslakken aangetroffen. Ook op locaties waar basaltblokken netjes tegen elkaar lagen en er geen ongestructureerde steenhopen aanwezig waren, bleken Purperslakken vrijwel altijd afwezig. In het PIMP-project is verder gebleken dat op locaties met veel beschutting en grote aantallen Purperslakken, de dieren ook buiten de beschutting van holtes en richels te vinden zijn. Bij hoog water en bij een niet al te sterke waterbeweging verlaat een deel van de Purperslakken zijn schuilplaats. Die dieren kunnen dan door duikers actief rondkruipend op het substraat worden aangetroffen.

  

 

Levensloop en voortplanting

Purperslak met eikokonsPurperslakken kunnen 5 à 6 jaar oud worden. Na 2,5 jaar is de slak volwassen. Met name in het eerste levensjaar treedt veel sterfte op: 90% van de jonge Purperslakjes sterft dan. De reproductie van Purperslakken vindt plaats gedurende het gehele jaar, met een duidelijke piek in de winter en het voorjaar. Eieren worden op de zij- en onderkant van stenen afgezet in flesvormige cocons. Deze cocons hebben een lichtgele tot vuilwitte kleur en bevatten meer dan 500 eieren. Niet alle eieren zijn bevrucht, waardoor slechts een klein deel van de eieren in de cocons daadwerkelijk uitkomt. De overgebleven lege cocons dienen als voedsel voor de jonge Purperslakjes.

 

 

Voedsel

De Purperslak is een roofdier. Op het menu staan zeepokken en jonge mosselen. Echter ook andere diersoorten worden gegeten. Wanneer deze soorten niet in voldoende mate aanwezig zijn, voeden Purperslakken zich ook wel met Schaalhorens (Patella soorten). Met name jonge Purperslakken profiteren van de hoge energetische waarde van zeepokken. Om de prooidieren te kunnen eten maakt de Purperslak een klein gaatje in de schelp van zijn prooi. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van enzymen die een chemische reactie op gang brengen, waardoor de schelp van het prooidier verzwakt wordt. Met behulp van een rasptong doorboort de Purperslak vervolgens de schelp. Het doorboren van een schelp kan enige uren tot zelfs enkele dagen duren. Geschat wordt dat één Purperslak op die manier jaarlijks zo’n 15 tot 40 mosselen eet, alhoewel bij deze aanname door verschillende auteurs kanttekeningen worden geplaatst. Hoewel de aantallen mosselen die door Purperslakken worden gegeten laag lijken te zijn, is het voorkomen van een populatie Purperslakken van grote invloed op het lokale ecosysteem: op the Isle of Man is aangetoond dat het wegvangen van een populatie Purperslakken leidt tot een toename van zeepokken en mosselen. Dit heeft vervolgens weer tot gevolg dat er beduidend lagere aantallen macrofyten (waarmee zeepokken en mosselen zich voeden) worden aangetroffen.

 

 

Predatie en bedreigingen

De Purperslak heeft een aantal natuurlijke vijanden. Vooral strandkrabben en –in mindere mate- Noordzeekrabben en zeesterren eten Purperslakken. Ook vogelsoorten zoals Eidereenden, Scholeksters en meeuwen zijn een geduchte predator. De eicocons van Purperslakken worden bedreigd door de worm Eulalia viridis. De explosieve groei die de Japanse oester Crassostrea gigas de laatste decennia in Nederland heeft laten zien, is eveneens nadelig voor Purperslakken, doordat veel potentieel geschikt biotoop door deze exoot wordt ingenomen.
Hoewel de Purperslak zijn leefmilieu in het grootste deel van West-Europa vooral aan de mens te danken heeft, blijkt de mens tevens de grootste vijand voor de Purperslak te zijn: het asfalteren of verbeteren van dijken leidt onherroepelijk tot vernietiging van het leefmilieu van de Purperslak. Ook al dan niet opzettelijk in zee terecht gekomen milieuvreemde stoffen kunnen het uitsterven van populaties veroorzaken.

 

 

Terug naar:

 

Verder naar:

 

Downloads: