Profiel
Het profiel heeft schematisch een overzicht van de belangrijkste kenmerken van het MOO-project.
|
Geactualiseerd op |
08-05-2009 |
| Doelstelling |
Detectie van veranderingen in populatieomvang en verspreidingsgebied. Vergroten van ecologische kennis, met name populatiedynamiek. |
| Samenwerking met |
Biologische werkgroep van de Nederlandse Onderwatersportbond en diverse werkgroepen van duikvereningingen |
| Project gestart |
Voorjaar 1994 (zie ook bijzonderheden) |
| Doelsoorten |
147 |
| Groep(en) |
Sponzen, hydroïdpoliepen, kwallen, ribkwallen, bloemdieren, wormachtigen, (naakt)slakken, tweekleppigen, inktvissen, krabben, kreeften, garnalen, andere kreeftachtigen, stekelhuidigen, zakpijpen, vissen. |
| Aantal bijschrijfsoorten |
Circa 25 |
| Categorieën |
Levend en autochtoon, van sommige soorten eieren |
| Parameters in veld Abundantieklassen: |
0;1 of meer exemplaren of kolonies; 10 of meer; 100 of meer |
| Parameters voor tijdreeks |
Trefkans op 1 of meer exemplaren/kolonies; trefkans op 10 of meer; trefkans 100 of meer; Gemiddelde Abundantie (GA) |
| Methode trendberekeningen |
Poisson-regressie mbv TRIM van CBS. Trendspotter van het RIVM. |
| Methode in veld |
Waarnemen tijdens het duiken en na afloop waarnemingen op formulier invullen |
| Ingeschreven waarnemers |
|
| Incidentele waarnemers en buddies: | |
| Totaal aantal formulieren | |
| Aantal formulieren in 2000 | |
| Aantal locaties |
114 |
| Aantal km-atlashokken |
80 |
| Aantal 5x5-atlashokken |
30 |
| Gebieden |
Met name Oosterschelde en Grevelingen. Verder nabij Texel, Eemshaven, Oostvoornse meer, Veerse Meer en enkele locaties in Noordzee |
| Biotoop |
Met name kunstmatige 'rotskusten' ; Wrakken |
| Bijzonderheden |
Voor meerdere soorten geldt dat de waarnemers hun waarnemingen in de periode vóór 1994 ook zodanig hebben verzameld, dat ze methodisch vergelijkbaar zijn. Voor die soorten kunnen tijdreeksen vanaf 1978 worden berekend. |

