Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Organisatie Vrijwilligers Activiteiten Verslag MOO-Trainers cursus (13 januari 2008)
Navigation
Document Actions

Verslag MOO-Trainers cursus (13 januari 2008)

Op zondag 13 januari 2008 heeft Stichting ANEMOON een cursus gegeven aan groep enthousiate MOO-waarnemers. Het doel was hen meer achtergrond informatie te geven over Stichting ANEMOON, het MOO en soortherkenning. Het is namelijk van belang meer vrijwilligers te betrekken bij het werven op opleiden van nieuwe waarnemers. Daarnaast was het voor Stichting ANEMOON belangrijk te leren welke behoeften er leven bij de vrijwilligers. De cursus verliep in een zeer plezierige sfeer. Voor zowel de cursisten als voor Stichting ANEMOON was het een leerzame dag.

Door Adriaan Gmelig Meyling en Arjan Gittenberger, 1-2-2008

1. Inleiding

Stichting ANEMOON heeft als primair doel het detecteren van de veranderingen in de onderwater flora en fauna met behulp van biologisch geïnteresseerde vrijwilligers. In Nederland zijn enkele tienduizenden sportduikers, die geregeld duiken in de Nederlandse wateren. Deze wateren zijn lang niet zo grauw en saai als de gemiddelde Nederlander denkt. Alleen al in het Nationaal Park de Oosterschelde worden ruim 600.000 duiken per jaar gemaakt, vanwege de ongekend gevarieerde mariene flora en fauna. Daarnaast zijn er honderden mensen die geregeld langs de Nederlandse stranden wandelen en zoeken naar aangespoelde organismen. Toch zijn bij de ANEMOON-projecten maar enkele honderden waarnemers actief. Het vermoeden bestaat dat veel meer waarnemers bij de monitoring- en inventarisatieprojecten van de stichting kunnen worden betrokken. Een grootschalig actief wervingsbeleid is tot op heden bewust niet opgezet. Binnen Stichting ANEMOON is er namelijk te weinig menskracht beschikbaar om grote aantallen waarnemers te kunnen opleiden en te kunnen begeleiding. Een goede begeleiding is nodig om waarnemers betrouwbare waarnemingen te laten doorgeven. Beginnende waarnemers moeten  immers leren soorten correct op naam te brengen, de waargenomen aantallen goed in te schatten en de formulieren goed in te vullen.

Om meer vrijwilligers bij het enthousiastmerings- en opleidingstraject te betrekken heeft Stichting ANEMOON op 13 januari 2008 een eerste cursus geven in een zaal van Naturalis, het Nationaal Natuurhistorisch Museum, te Leiden.

 

2. Cursus MOO-trainer: 13 januari 2008

CursusMOO-trainer_02

Het Monitoringproject Onderwater Oever (MOO) is een belangrijk project van Stichting ANEMOON, dat in de periode 1994 t/m 2007 werd gedragen door enkele honderden sportduikers. De afgelopen vijf jaar neemt het aantal waarnemers en waarnemingen echter  geleidelijk aan af. Gebrek aan begeleiding en PR is daarvan de hoofdoorzaak. Daarom is het MOO bij uitstek geschikt om extra mensen op te leiden  zodat deze te kunnen helpen bij de organisatie en PR van dit project. Hoewel het oorspronkelijk doel van het project Train de Trainers is om de al heel actieve waarnemers (“superwaarnemers”) te instrueren tot opleiders,  is  Stichting ANEMOON daarvan  afgeweken. Na wat polsen bleek dat deze actieve vrijwilligers doorgaans al een enorme inzet hebben  en daarbij o.a. ook al veel andere duikers motiveren om te gaan monitoren voor het MOO. Veel van deze vrijwilligerswillen ook niet verder worden belast met het geven van cursussen en het uitvoeren van PR-werkzaamheden naast hetgeen ze al doen. Het overvragen van vrijwilligers werkt op den duur contraproductief. Daarom is besloten niet per se cursisten te werven die al heel actief zijn of waarvan sprake is van een doorgewinterde waarnemer. Ons doel  was nieuwe cursisten te werven die Stichting ANEMOON willen ondersteunen door andere mensen te informeren over het MOO-project. Hierbij is de soortenkennis en waarnemerservaring van de cursist minder belangrijk. Om de cursus te promoten is op de website www.anemoon.org een oproep geplaatst. Wel 15 mensen hebben gereageerd en zich aangemeld  Omdat de cursus wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden van de cursusleider plotseling moest worden verzet van 21 december 2007 naar 13 januari 2008, konden maar acht cursisten deelnemen. Toegezegd is dat in de loop van 2008 de cursus nogmaals wordt herhaald voor de mensen die waren verhinderd en natuurlijk ook nog voor eventueel nieuwe geïnteresseerden. Van enkele mensen die niet zijn gekomen hebben wij  input gekregen voor de discussies. Iedereen die zich heeft opgegeven, ontvangt  een cd-rom met het verslag van de cursusdag en de Powerpoint presentaties. Deze presentaties kunnen zij gebruiken om andere mensen over Stichting ANEMOON en het MOO te informeren.
 

3. Deelnemers

Aan de cursus hebben de volgende cursisten deelgenomen:: Sylvia Waajen, Wijnand Vlierhuis, Astrid Kromhout, Bert Vos, Johanna van Bolhuis, Niels Schrieken, Jacob Leloux, Marjon Roodzant. Arjan Gittenberger (cursusleider) en Adriaan Gmelig Meyling verzorgden de presentaties.

 

4. Doelstellingen van de MOO-trainerscursus.


4.1. Doelstelling in brede zin

De algemene doelstelling van de MOO-trainerscursus is: Het leveren van een bijdrage aan het versterken van het MOO-vrijwilligersnetwerk door het promoten van het MOO, het werven, (re)activeren en begeleiden van waarnemers.

 

4.2. Wat moet de cursist kunnen na de cursus?

Uit intakegesprekken met de cursisten is gebleken dat op de vrijwilliger geen druk mag worden gelegd in de vorm van te grote verwachtingen vanuit Stichting ANEMOON. Stichting ANEMOON benadrukt daarom dat vrijwilligers zich tot niets verplicht mogen voelen. Daarom wordt bij deze cursus geen toets of iets dergelijks afgenomen.


Aan het eind van de dag kan de cursist :

  • Basisinformatie geven over Stichting ANEMOON
  • Basisinformatie geven over het  MOO
  • Waarnemingen doorgeven
  • Problemen herkennen die kunnen optreden bij soortherkenning
  • Problemen herkennen die volgen uit het verkeerd invullen van MOO-formulieren
  •  aangeven in welke literatuur en op welke websites informatie over soorten te vinden is
  • Ziet de cursist het MOO-project in breder perspectief
  • Weet de cursist waarvoor de waarnemingsgegevens gebruikt (gaan) worden

 

Is de cursist enthousiast:
  • om het MOO te promoten
  • om waarnemers te werven en te (re)activeren

 

4.3. Wat moet ANEMOON leren?

Deze cursus moet ook een bijdrage leveren aan het leerproces binnen Stichting ANEMOON. Daarom is  tijdens de cursus ruim tijd ingepland voor discussies en planvorming. Aan de cursisten zal gevraagd worden actief mee te denken over:

  • Hoe kan ANEMOON het MOO-vrijwilligersnet verder uitbouwen?
  • Welke wensen hebben MOO-waarnemers?
  • Hoe kan ANEMOON MOO-waarnemers gemotiveerd houden?
  • Hoe kan ANEMOON MOO-waarnemers werven?
  • Welke hulpmiddelen zijn nodig ter ondersteuning van de MOO-waarnemers?
  • Welke acties zijn nodig ter ondersteuning van de MOO-waarnemers?

 

5. Cursusprogramma

Hieronder volgt het programmaoverzicht van de cursus. Vijf Powerpoint presentaties zijn gehouden, die speciaal voor deze cursus zijn ontwikkeld. De gegeven tijden zijn de werkelijke tijden. Wegens enthousiasme van de deelnemers was de cursus één uur uitgelopen.

10:00-11:00    Inloop met   koffie & thee. Aanwezigen stellen zich aan elkaar voor.

11:00-11:45    Presentatie: Introductie (door Adriaan Gmelig Meyling)

  • Het hoe en waarom van de MOO-trainers-cursus, geschiedenis Stichting ANEMOON;
  • Doelstellingen van Stichting ANEMOON
  • De projecten (MOO, SMP, LIMP, PIMP, KOR, SETL, ANM, HabSlak)
  • Gebruik van de gegevens
  • Daling van het aantal waarnemers en waarnemingen bij het MOO, reden voor het verloop
  • Doelstelling van deze MOO-trainers cursus

Traindetrainers_04

11:45-12:00    Discussie

12:00-12:45    Presentatie: MOO-project (door Arjan Gittenberger):

15:30-15:45    Discussie

15:45-16:00    Presentatie: PR (door Adriaan Gmelig Meyling):

  • Mogelijke activiteiten om het MOO-project te promoten, vrijwilligers te (re)activeren, te werven en te begeleiden.
  • Het versterken van het MOO-netwerk, samenwerking met opleidingsorganisaties (NOB, PADI, Stichting Onderwaterbiologie), duikwinkels, duikverenigingen, duiktijdschriften (Duiken, Onderwatersport).
  • Het verbeteren van de ondersteuning: toegankelijke helpdesk; duiken met een ervaren waarnemer.
  • Opzetten van het Aandacht soorten project (ASP), thema projecten en het MOO-opstapformulier.


16:00-18:00     Discussies over de onder paragraaf 4.3 genoemde punten.

18:00                 Einde van de cursus-dag.

 

6. Discussie en aanbevelingen

 

6.1. Behoeften van vrijwilligers

  • Aantrekkelijke geïllustreerde MOO-handleiding.
  • Vaker analyses doen en resultaten bekend maken op de website, in tijdschriften of in rapportvorm. Het liefst vanuit een ecologische vraagstelling. “Gaat de Strandkrab echt achteruit als gevolg van de opkomst van exoten als Penseelkrab en Blaaskrab?”.
  • Vaker laten zien waarvoor de gegevens gebruikt (kunnen) worden.
  • Contact-forum: Op de website een forum openen om contacten te leggen: “Welke ervaren MOO-waarnemer wil mij leren de verschillende garnalensoorten te herkennen.”
  • Vergroten van het persoonlijk contact tussen ANEMOON en de waarnemers.
  • Het uitbreiden van de soortinformatie-pagina’s op de website.
  • Het beschikbaar stellen van een écht gebruikersvriendelijk portal binnen www.telmee.nl. Dus geen portal waarbij eindeloos moet worden geklikt.
  • Het regelmatig geven van determinatiecursussen, waarbij een speciale groep wordt uitgelicht. Naturalis heeft al aangegeven ruimte beschikbaar te willen stellen, waarbij desgewenst zelfs gebruik mag worden gemaakt van de collectie.
  • Over de vernieuwde website met een handig forum is iedereen tevreden, maar het uploaden van plaatjes vinden ze nog te onhandig. Het liefst willen ze een systeem waarbij plaatjes naar het forum kunnen worden versleept. Ook zou het mooi zijn als waarnemers een soort foto database op de website kunnen aanleggen.
  • Het Die-hardweekend dat ieder jaar door Stichting ANEMOON in januari wordt georganiseerd wordt door iedereen altijd als zeer leerzaam en  motiverend beschouwd. De cursisten dringen er op aan dat er meer van dergelijke activiteiten van uit ANEMOON zouden moeten worden georganiseerd. Het zou mooi en handig zijn als daarbij duikclubs worden betrokken, zodat de organisatie niet alleen bij Stichting ANEMOON komt te liggen.
  • Geef via de website en de electronische nieuwsbrief aan welke duiklocaties prioriteit verdienen. Een actievere aansturing van vrijwilligers. “Gewoon eens vragen, zou jij op die locaties ook eens willen duiken of zet bepaalde specifieke duiklocaties eens in het zonnetje.”

 

6.2. Voorstellen ter verbetering PR.

  • Mootrainers_03MOO-folder: Een aparte folder voor het MOO met daarin een beknopte handleiding en informatie waar soort- en locatieinformatie te vinden is. Ook aparte folders voor de andere projecten.

  • MOO-poster: Poster die in duikwinkels, duikclubs en Natuur informatie centra kan worden opgehangen om MOO te promoten.
  • e-mail Nieuwsbrief die aangeeft wat nieuw is op de website. Waarnemer kijken niet automatisch iedere week op de www.anemoon.org. Daartoe moet een verzendlijst worden aangemaakt en een oproep op de website worden geplaatst wie op de verzendlijst wil worden geplaatst.
  • Het ontwikkelen van een Duits- en Franstalig MOO-formulier. In de Zeeuwse wateren wordt immers veel gedoken door Duits- en Franstalige duikers. In dit verband is het leuk te vermelden dat Stichting ANEMOON een promotie stukje heeft kunnen schrijven voor een Duitstalige gids over duiken, flora en fauna in de Oosterschelde.
  • Beschikbaar stellen van het MOO-zoetwater-formulier, zodat duikers die niet dicht bij de kust wonen toch vertrouwd raken met het MOO-project en het invullen van formulieren. Het zoetwater MOO-formulier is inmiddels te downloaden van www.anemoon.org/downloads. Nadeel van dit voorstel is dat Stichting ANEMOON op dit moment geen capaciteit heeft om MOO-zoetwater te ondersteunen. Om MOO- zoetwater toch behapbaar te maken, zou MOO-zoetwater zich moeten concentreren op één beperkte groep, bijvoorbeeld Zoetwaterkreeften, die vooral interessant zijn omdat ze zich als exoot massaal ontwikkelen én voor duikers interessant zijn. Hierbij kan ook gedacht worden aan samenwerking met het EIS.
  • De cursisten geven aan dat ze best graag zelf ook lezingen en presentaties willen verzorgen, maar ze geven aan nog wat onzeker te zijn. Daarom achten ze het onwaarschijnlijk dat ze uit zich zelf lezingen gaan geven. Hun eigen voorstel was om met lezingen en presentaties mee te gaan als door de cursusleiders en huidige MOO-coördinatoren presentaties worden gegeven op duikverenigingen e.d. om er zo langzaam in te groeien.
  • Het aandachtsoorten-project (10 goed herkenbare en belangrijke soorten) wordt gezien als een mooi project om het MOO bij echte beginners te promoten. Als advies wordt meegegeven dat als waarnemers in de beginfase enthousiast zijn, ze dan ook echt vast te houden door meteen goede begeleiding aan te bieden. Het enthousiasme moet juist in de beginfase worden vastgehouden, anders raak je een waarnemer kwijt en is de kans groot dat zijn interesse verschuift naar tropische wateren, het geven van duikinstructies of andere taken binnen de onderwatersport.
  • Informatie-Caravan: Stichting ANEMOON zou af en toe met een stand moeten staan bij druk bezochte duiklocaties (Zeelandbruk en Dreischor) en dat vooral doen op hoogtij dagen zoals tijdens Hemelvaart en Pinksteren. Gedacht wordt aan zo’n Vietnamees loempia-karretje.

 

6.3. Voorstellen voor het verbeteren van opleiding

  • Thema formulieren. Het huidige MOO-formulier is voor beginners te moeilijk en bovendien niet “sexy”. Daarom wordt gedacht aan aantrekkelijk uitziende themaformulieren. Bijvoorbeeld een formulier speciaal voor de Krabben.  Op de achterkant van het formulier moeten dan ook de determinatie kenmerken met duidelijk plaatjes komen te staan. Deze formulieren moeten vooral worden ingezet tijdens thema dagen bij duikclubs.
  • Verbeteren van de samenwerking met de biologische werkgroep van NOB,  Stichting Onderwater Biologie, Padi-opleidingen en biologisch ingestelde duikclubs zoals Calemari. Met enkele van deze partijen zijn inmiddels al gesprekken gestart.

 

6.4. Belangrijkste richtlijnen aan MOO-waarnemers

  • Let er op dat formulieren volledig moeten worden ingevuld. Achter iedere soort moet een kruisje komen te staan. Gebruik de kolommen: niet gezien, maar wel opgelet (0) en niet opgelet (?), zo goed mogelijk.
  • Vergeet ook niet datum, locatienaam en waarnemer in te vullen.
  • Op het MOO-formulier staan 144 soorten. Dit is voor veel  beginnende waarnemers een te groot aantal. Het formulier kan echter gemakkelijk eenvoudig worden gemaakt door (al van te voren) te beslissen op wel soorten men niet gaat letten en van te voren kruisjes in te vullen in de kolom met het vraagteken.
  • Vul formulieren zo snel mogelijk na de duik in. Als je waarnemingen via een portal gaat invoeren is het zeer wenselijk waarnemingen toch direct na de duik op papier zetten. Zeker als je meerdere duiken gaat maken, ga je waarnemingen van de verschillende locaties door elkaar halen.
  • Wat betreft MOO: Voorlopig de papieren formulieren stimuleren en het MOO-Excel-invoerformulier, zolang www.telmee.nl nog geen portal heeft voor het gemakkelijk invoeren van MOO-waarnemingen.
  • Leer beginnende waarnemers in eerste instantie LANGZAAM zwemmen. Niet alleen naar beneden kijken, maar regelmatig ook naar boven, zodat ook hoger zwemmende vissen worden gezien.
  • Vergeet bij hoogwater duiken de getijde zone niet.
  • Bezoek vooral ook de minder populaire duiklocaties. Bezoek niet alleen Oosterschelde Grevelingen, Veerse meer, maar ook locaties langs de Noordzeekust, wrakken op de Noordzee en locaties zoals het Oostvoornse meer, Goesse Meer en diverse zout/brakwater kanalen.

 

7. Toezeggingen


7.1. Toezeggingen door de cursisten

De cursisten willen allen in praktisch zin een bijdrage leveren aan het MOO, door dit project actief te promoten, (potentiële) waarnemers te stimuleren formulieren in te vullen en beginnende waarnemers te helpen bij het invullen van formulieren en informatie aan te dragen. Verder zullen ze waarnemers aansporen ook te duiken op minder populaire duiklocaties. Verschillende cursisten geven aan dat zij komend jaar graag ter assistentie mee willen gaan als er vanuit het MOO-project door Stichting ANEMOON  de gebruikelijke presentaties of biologiedagen bij duikverenigingen worden georganiseerd.


7.2. Toezeggingen door ANEMOON

Het aantal aangedragen aanbevelingen is groot. Een aantal zal kunnen worden uitgevoerd door vrijwilligers. Voor een belangrijk deel van de aanbevelingen zijn echter financiële middelen nodig om deze te kunnen realiseren. ANEMOON staat volledig achter alle aangedragen aanbevelingen en zegt toe zich hard te maken voor het zoeken naar financiële middelen en naar vrijwilligers en andere organisaties die mogelijk bepaalde taken op zich kunnen nemen.

8. Conclusies

De belangrijkste conclusies van deze cursusdag zijn:

  • De cursusdag werd door iedereen als zeer positief en leerzaam ervaren.
  • Een cursus die Stichting ANEMOON vaker zou moeten geven.
  • De groep had een plezierige grootte.
  • De cursisten willen praktisch een bijdrage doen, door het MOO actief te promoten, (potentiële) waarnemers te stimuleren formulieren in te vullen en indien nodig te helpen bij het invullen van formulieren en informatie aan te dragen.
  • Er zijn door de cursisten zeer veel goed uitvoerbare en praktische aanbevelingen aangedragen. Stichting ANEMOON heeft toegezegd zoveel mogelijk van deze aanbevelingen te willen realiseren en te zoeken naar vrijwilligers die bepaalde taken zouden willen uitvoeren, maar vooral ook te zoeken naar financiële middelen om deze mogelijk te maken.

 

12. Andere projecten

De trainerscursus is nu alleen gegeven voor het Monitoringproject Onderwater Oever (MOO). Het is waarschijnlijk dat bovenstaande conclusies in algemene zin ook gelden voor de andere projecten, maar in het bijzonder voor het  Strandaanspoelsel Monitoring Project (SMP) en het Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM)). Het is zeer wenselijk dat ook voor deze projecten trainerscursussen worden ontwikkeld en worden gegeven.

 

Dankwoord

Naar alle deelnemers gaat veel dank uit voor hun betrokkenheid en inbreng.

Verder gaat veel dank gaat uit naar Naturalis, die ons een prima accommodatie verschafte met een inspirerend uitzicht op de bezoekersruimte.