Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Lokaties Duiklocaties (MOO) Brouwerssluis
Navigation
Document Actions

Brouwerssluis

MOO 233

Tekst: Wijnand Vlierhuis

Introductie

In het Zeeuwse deltagebied ligt het leeuwendeel van de duiklocaties in de Grevelingen en de Oosterschelde. Niet zonder reden, want dit zijn ook de meest aantrekkelijke wateren om onder te verdwijnen. Doch er zijn nog wat andere mogelijkheden in deze regio. Één daarvan wil ik in dit artikel bespreken, de locatie als genoemd in de titel. De reden is dat ik deze de afgelopen tijd beter heb leren kennen en bijzonder ben gaan waarderen. Brouwerssluis
Brouwerssluis. Foto Rijkswaterstaat


Geschiedenis

De Brouwersdam was het deel van de deltawerken die de Grevelingen opsloot als afgesloten zoutwatermeer. Het te dichten traject bedroeg ruim 6 kilometer. Hiervoor werden eerst de zandplaten in het midden opgehoogd tot een eiland. Momenteel staat daar o.a. het bungalowpark Port Zelande. Het stuk water ten noorden daarvan werd gedicht met caissons, het stuk water ten zuiden werd dichtgegooid met stortstenen die aan een kabelbaan werden aangevoerd. In 1971 was de dam klaar, doch voor het welzijn van de Grevelingen werd later in het zuidelijke traject een doorlaat gemaakt voor vers zout Noordzeewater, de Brouwerssluis. Deze kwam gereed in 1978.
Geheel volgens de beleidslijnen ontwikkelde het Brouwersdamgebied zich tot een recreatiezone. De Brouwerssluis bleek al gauw een toplocatie te zijn voor sportvissers. Logisch want alle trekkende vissen van en naar de Grevelingen moeten door deze doorlaat. Duiken is, mits je je aan bepaalde beperkingen houdt, niet verboden. De doorlaat was jarenlang gedurende de wintermaanden gesloten, doch de laatste 2 jaar staat ze permanent open.

Omschrijving

Aan de Noordzeezijde (westzijde) van de Brouwersdam heeft zich een breed strand ontwikkeld. De uitmonding van de spuisluis ligt in een kleine baai, waar aan weerzijden twee rond lopende kustverstevigingen zijn gemaakt. Voor de baai hangt een drijflijn, die aangeeft waar niet mag worden gezwommen (lees: gedoken) wat ter plekke op een bord staat aangegeven. Het terrein om de baai is een enorme asfaltvlakte, waar je alle ruimte hebt om te parkeren, zelfs tot vlak aan de waterrand. De kustversteviging zelf is sterk vergelijkbaar met een gemiddelde andere dijk in Zeeland, namelijk een steenstort op rijsmatten fundament, overgoten met asfalt. Wat dieper zijn behoorlijk grote steenblokken gebruikt. Deze steenstort loopt grillig tot een diepte van 5 tot 6 meter bij hoog water. Hoe verder weg van de baai en daarmee dichter bij het strand, hoe ondieper de bodem. Dit betekent dat het traject aan steenstort relatief kort is, ongeveer 100 meter, en al vrij snel overgaat eerst in een geasfalteerd steengruisplateau, daarna in het zandstrand. Overigens zal je hier nooit een duikdiepte van 10 meter halen, hoe ver je ook van de kust uitzwemt. Dit deel van de Noordzee is namelijk een enorme ondiepe zandvlakte. Enkel voor de monding van de baai is er een klein randje die wat reliëf biedt in dit monotone bodemprofiel.

Duikomstandigheden

De Noordzee is getijdenwater, doch de planning is anders als dat van een Oosterschelde locatie. Hoog water wordt enkel bepaald als reden om een beetje comfortabele duikdiepte over te houden. Met laag water is het hier wel erg ondiep, en een groot deel van de steenstort staat dan droog. Doordat het water samengebundeld in de Grevelingen uitkomt, is de stroming op dat moment wel aanzienlijk sterker. Er indrukwekkende golven en kolken in de baai. De genoemde drijflijn ligt op een acceptabele afstand om als grens te gebruiken hoe ver je van de doorlaat vandaan moet blijven. Hoog water valt 1 uur en 40 minuten vóór Zierikzee. Met getijdenstroom hoef je hier geen rekening te houden als gebruikelijk. Als de doorlaat dicht is, staat er hier helemaal geen stroming. Als ze open is, zorgt hoog water er voor dat het water richting de Grevelingen wordt geperst. Enkel bij de kop van de ronding voel je dan een redelijke trek richting de inlaat, maar deze is niet sterk. Beter is om dan nog ongeveer 1,5 uur te wachten, dan is de Grevelingen ongeveer gezakt tot het niveau van de Noordzee. De exacte tijd is niet aan te geven, omdat waterhoogtes van tij tot tij verschillen. Een mooi aanknopingpunt is de drijflijn; is deze niet meer sterk gebogen maar komt die slap te hangen, en verdwijnen de ‘vegen’ daarachter aan de oppervlakte, dan is de resterende stroming nagenoeg weg. In praktische zin betekent het dat de gehele baai taboe is, en je het duikgebied moet beperken tot de rondingen, gedurende hoog water. Of de doorlaat geopend is, is eenvoudig te zien aan de waarschuwingslampen helemaal bovenop de dam bij het wachterhuisje. Deze branden dan rood. Indien ze gesloten zou zijn kan er wel tijdens andere waterstanden worden gedoken, doch omdat ik niet weet wanneer ze de doorlaat weer openen beveel ik dat niet aan. Dit zou wel eens gedurende de duik kunnen gebeuren, maar dit zou dan enkel als verrassend kunnen worden ervaren en niet echt als gevaarlijk als je buiten de drijflijn bent gebleven. Doch is het goed om te bedenken dat de doorlaat tegenwoordig er zelden dicht is.

Belangrijker om te overwegen zijn de weersomstandigheden. Omdat het een zodanig ondiep stuk Noordzee is ontstaat bij weinig wind al een redelijke golfontwikkeling. Wind harder dan 2 Beaufort vanuit westelijke richting (noordwestelijk dan wel zuidwestelijk, maar ook noordelijk) maakt het water in stappen door de branding en over de stenen al redelijk lastig en risicovol, vanaf 4 Beaufort zie ik het als gevaarlijk. En risico nemen in dit verband is onnodig, want die golfslag woelt de ondiepe bodem al dusdanig om dat je geen zicht meer hebt om iets te bekijken. Plus dat je zelf ook onder water alle kanten op wordt geschud.
Voor de meest gunstige omstandigheden zal er geen wind moeten staan, al enige dagen lang want de Noordzee kan dagenlang nadeinen, of wind vanuit het oosten. Zwakke zuidenwind zou ook nog kunnen maar dan liever zuidoost dan zuid. Een klein bijkomend nadeel is dat oostenwind vaak betrekkelijk fris is, en je op de asfaltvlakte geen enkele beschutting hebt tijdens het omkleden. Onder de gunstige omstandigheden kan het zicht hier variëren van 2 tot 6 meter.
Nog een bijzaak, maar belangrijk genoeg om te vermelden, is dat je hier terdege rekening moet houden met de verloren vislijnen en –haken. Het is een populaire visstek, en dat is op de bodem te zien ook. Het ligt hier helaas vol met lijnen, haakjes, tuigjes, lokaas en loodblokjes.
Wil je de plek voor jezelf hebben dan is nachtduiken aan te bevelen, en daar is deze duikstek uitermate goed geschikt voor. Mits de wind en de waterstand dus goed staan.


Onderwaterleven

Dan rijst uiteraard de vraag waarom je hier dan zou gaan duiken als je zo afhankelijk bent van waterstand en wind, de plek erg klein en ondiep is en je deze veelal ook nog moet delen met veel hengelaars?
Daar is een kort antwoord op mogelijk, voor het onderwaterleven! Door de ligging in de Noordzee kom je hier vormen van onderwaterleven tegen, die je in de rest van de Zeeuwse delta erg weinig tegenkomt. En daarnaast zijn er een varia aan gebruikelijker soorten die als ‘nice to meet’ worden beschouwd en hier ook danwel vaker voorkomen. Waarschijnlijk speelt de aanwezigheid van doorlaat mede een rol omdat een blokkendam, wat een vergelijkbaar onderwatermilieu zou kunnen bieden noordelijker aan de Brouwersdam, een ietwat grauwere onderwaterwereld biedt.
Ik wil voorkomen om te vervallen in een eindeloze lijst van allerlei dierennamen, dus ik noem er slechts enkele als voorbeeld. Wat die sportvissers allang weten, is dat de doorlaat de enige route is voor de vrijzwemmende vissoorten die de Grevelingen in en uit willen zwemmen. Je hebt hier vrij grote kans om verschillende soorten witvis tegen te komen, maar het meest zie je zeebaars. Vooral ’s nachts jagen ze in grote scholen. De vissers vangen ook haring en makreel.
Op het zand heb je goede kans op grote platvissen, en liefhebbers kunnen hier speuren naar meer aparte levensvormen die gespecialiseerd zijn in leven op het zand.
Maar uiteraard is het stuk steenstort het meest aantrekkelijkst. Één en ander is uiteraard wel seizoensafhankelijk. Zo staat er in het voorjaar en de zomer een uitbundig woud aan wieren, wat het te watergaan ook een beetje bemoeilijkt. Maar gedurende de zomer verdwijnen deze weer. Verder heb ik bijvoorbeeld ook hier in het voorjaar samenscholende groepen sepia’s gezien. Maar je kunt hier terecht voor de kleinste poliepjes tot de eerder genoemde grote roofvissen, en van alles er tussenin. Als gezegd, ook regelmatig diersoorten die je elders nauwelijks tegenkomt. Mijn favorieten zijn bijvoorbeeld de grote noordzeekrabben, de blaasjeskrab, de rode variant van de steurgarnalen, de vele zeedonderpadden, de grote puitalen, de adderzeenaalden, de gehoornde- en steenslijmvisjes, de blauwtipjes, de ringsprietslakken, de vliescelpoliepen, de hoefijzerwormpjes, het dodemansduim en bovenal de kleurrijke zeedahlia’s, maar ook de fint, dwerginktvis en hartegel hebben een notitie in mijn logboekje gevonden.
Om het plaatje compleet te maken komen zo af toe zeehonden en dolfijnen tot vlak onder de kust, en zijn de parkeervlaktes rustplaatsen voor zeer veel meeuwen, zee-eenden en andere vogelsoorten.

Overige informatie

Echt onbekend is deze locatie niet als duikmogelijkheid, want ze stond reeds beschreven in het oude boekje ‘Duikwijs Zeeland’. De schrijver van dit boekje beveelt ook een verderop in het water staande meetpaal aan als zijnde een mooie duiklocatie. Deze paal heb ik ook eens bezocht, doch ik onderschrijf deze mening niet. De paal is wel mooi begroeid doch niet zo speciaal dat het zwemtocht van een ruim half uur of een bootlancering waard is. Zeker niet als je weet dat het enkel een paal betreft midden op de zandvlakte en dan ben je dus gauw uitgekeken.
Ook bij de beschrijving in ‘Sportduikersgids Zeeland’ wil ik een kanttekening plaatsen. In het schetsje staat met een blauwe lijn als aanbevolen zwemroute van de ene kop naar de andere te zwemmen. Dit kan uiteraard wel, doch dan begeef je je voor het overgrote deel van de duik op het zand en laat je de interessante stenen achter je. En eenmaal aan de overkant moet je weer terug en dan heb je de keuze tussen lopen en zwemmen.
Aan de Zuid-Hollandse kant is aan de Noordzeezijde een trailerhelling aangelegd, beschermd met een blokkendam. Deze heb ik zijdelings al vermeld bij ‘onderwaterleven’. Ook hier kan gedoken worden en je kunt hier leuke dingen zien, doch ik vind deze locatie minder kleurrijk als de Brouwerssluis. Daarnaast is het hier vooral in het zomerseizoen erg druk met pleziervaart wat het nodige risico aan de oppervlakte met zich meebrengt.
De Grevelingenzijde van de Brouwerssluis is niet eenvoudig bereikbaar. Een boot is al gauw noodzakelijk of het wordt wel erg lang zwemmen. Er ligt hier een opvallend diepere geul recht voor de spuisluis, ongeveer 19 tot 21 meter diep. Er zwemt hier veel vis, doch verder is de bodem kaal en modderig. De stenen dam van het naastgelegen haventje Middelplaat/Springersdiep biedt nog enigszins begroeiing, doch omdat het hier ongeveer 1,5 meter diep is beter weggelegd voor snorkelaars. Pas om de bocht zuidelijker bij Scharendijke en het Koepeltje wordt het weer leuk, maar dit is weer bekend terrein voor veel duikers.

Bereikbaarheid

Je bereikt de Brouwerssluis door vanuit de richting van Ouddorp richting Zeeland de N57 door te rijden en bij het kruispunt bij Port Zelande rechts af te slaan. De dijk over en dan over een brede asfaltweg nog een klein stukje naar links totdat je aan je rechterhand de enorme parkeervlaktes ziet en de baai afgeschermd door het hek (of aan je linkerhand bovenop de dijk het wachterhuisje en de paal met de waarschuwingslampen). De groepen meeuwen vind ik ook altijd een opvallend herkenningspunt. De auto parkeer je voor je eigen comfort helemaal aan het eind, waar het hek ophoudt ter hoogte van de drijflijn en je niet meer verder kan omdat je anders de zee in rijdt. Je kan ook al afslaan alvorens je de Brouwersdam op rijdt, bij het kruispunt rechts af slaan en dan direkt weer naar links ‘Noordzeestrand’ volgen. Je komt dan al eerder op die brede asfaltweg met vrij uitzicht over de Noordzee en het strand, af en toe belemmerd door een duin. Na harde wind wil de weg wel eens vol liggen met een redelijk dikke laag stuifzand.
Vanuit de richting van Scharendijke is het even opletten, want je kunt hier borden ‘Noordzeestrand’ volgen richting Renesse, en die moet je niet hebben. Het eenvoudigst is richting Ellemeet te rijden (camping Duin en Strand links af, dan eerste rechts) en bij de T-splitsing rechtsaf. Een andere mogelijkheid is langs snackbar het Koepeltje doorrijden onder de tunnel door, 2e afslag naar links, bocht volgen en dan weer naar links. Vanuit deze richting is het korter rijden naar de locatie. De Brouwerssluis ligt daardoor ook heel dicht bij de bekende vulmogelijkheden in Scharendijke.


Noodinformatie


Adres Scharredijke, Grevenlingenlaan Noordzeekant, 1600 meter noordelijk vanaf kruising Kuijerdamseweg
GPS coordinaten 51°44'55.23"N, 3°49'29.62" O
duiksteknummer hulpdiensten
Algemeen Alarmnummer 112 (of 0111 112 met mobiele telefoon voor lokale alarmcentrale)
DAN Emergency hotline 0223-658220 (vermeld duikongeval)